top of page

Etappe 2 Blaricum - Laren

Kenmerken
Kenmerken 3.jpg
HUG 2 kaart overzicht.jpg
Negen huggen, hoogste punt van het Gooi, een mooie wandeling door bos en hei.

Vandaag wandelen we de tweede etappe van de HUG-wandelingen. We starten bij de bushalte Huizerhoogt in Blaricum, waar buslijn 108 stopt. Hier kun je de auto parkeren en aan de wandeling beginnen. Aan het einde van de route, bij het Sint Janskerkhof in Laren, brengt dezelfde buslijn je weer terug naar het startpunt. Zelf doe ik het liever andersom: ik parkeer de auto bij het eindpunt en neem eerst bus 108 naar de startlocatie. Na afloop van de wandeling hoef je dan niet meer op de bus te wachten en kun je direct naar huis. Maar uiteindelijk kiest iedereen natuurlijk de aanpak die het beste bevalt.
Deze wandeling voert over het hoogste deel van het Gooi en gaat vrijwel geheel over onverharde wegen en paden. Na een kort stukje door een villawijk bereiken we het bos en al na één kilometer staan we op onze eerste berg: de Tafelberg. Dit is niet alleen de eerste HUG van de wandeling, maar met 39 meter ook het hoogste punt van het Gooi én van deze etappe.
Na de beklimming trekken we verder de heide op en wandelen noordwaarts naar onze tweede berg, de Bussumerhoogt (28 m). Dit was vroeger een geliefd uitzichtpunt vanwaar men over de Zuiderzee kon uitkijken; tegenwoordig beperkt het uitzicht zich vooral over de uitgestrekte heidevelden. Langs de bosrand passeren we een leemkuil ① en volgen vervolgens de zandrug die bekendstaat als de Kooltjerug (31 m). Hier liggen de resten van een oude schans ②.
Daarna dalen we af naar een bosgebied waar een bijzondere steen ③ te zien is. We lopen om de Bikberg (20 m) heen en bereiken even later onze vierde berg: de Trappenberg (21 m), een voormalige uitzichtheuvel. Kort daarna staan we weer op de heide. Via een oude zandafgraving ④ komen we op het plateau van de Laarderhoogt (29 m). Vervolgens wandelen we door het landgoed Larenberg, eveneens gelegen op een hoogte van ongeveer 28 meter.
Na de afdaling van deze HUG komen we in een villawijk op de flank van de Steenberg (29 m). Voordat we die nader kunnen bekijken, gaan we eerst door een tunneltje onder de snelweg. Boven op de Steenberg prijkt de fraaie Larense watertoren. Helaas kunnen we de top niet bezoeken, omdat het gebied nog altijd in gebruik is voor de drinkwaterwinning. Vanaf hier betreden we opnieuw een heidegebied: de Westerheide. Het scheelde weinig of Amsterdam hier bijna honderd jaar geleden een complete tuinstad had aangelegd ⑤. Dankzij de inspanningen van onder meer het pas opgerichte Gooisch Natuurreservaat gingen deze plannen niet door. Tegenwoordig wordt de heide begraasd door Schotse hooglanders.
We wandelen verder langs de Lange Heul, een langgerekte lengeteduin waarvan de hoogte geleidelijk afneemt van ongeveer 25 naar 12 meter. Bij een bomenrij bereiken we de Nieuwe Crailoseweg ⑥, beter bekend als het Gebed zonder Eind. Deze volgen we korte tijd in noordelijke richting, waarna we door het bos naar de Bussumerheide lopen. Hier passeren we de resten van voormalige schietbanen ⑦ en komen we langs een eenvoudig oorlogsmonument ⑧ in de vorm van een houten kruis.
Ten slotte lopen we over de Doodweg ⑨ en maken we een klein ommetje langs een historische kamp ⑩. Daarna vervolgen we het zandpad en passeren de Korte Heul, een bescheiden dekzandrug. Vervolgens zijn we bijna bij het eindpunt van deze wandeling: de Hoogt van Sint Janskerkhof (22 m). Hier bevindt zich het interessante Museum Hofland ⑪. Als het museum geopend is, is een bezoek na afloop van de wandeling zeker aan te raden. Lukt dat niet, dan is het ook de moeite waard om er op een andere dag eens langs te gaan. Daarna kun je naar de auto lopen of de bus nemen.

Samenvatting

Deze samenvatting met een kaartje kun je downloaden als PDF en printen om mee te nemen op je wandeling.

De GPX track kun je downloaden op je telefoon om te gebruiken tijdens de wandeling 

Beschrijving van de wandeling
Overzichtskaartje tweede etappe
2 kaarten.jpg

Deze etappe gaat over een hoog deel van het Gooi. Dat kun je goed zien op de rechter AHN hoogtekaart, waar bruin hoog is en geel lager. We komen langs tien huggen, maar drie daarvan liggen of diep in het bos of op niet-openbaar terrein. Daar lopen we dus noodgedwongen omheen. 

Detail  en AHN hoogte kaart eerste deel van de etappe 

HUG 2 kaart deel 1.jpg
HUG 2  heide overzicht.jpg

AHN hoogtekaart Tafelberger- en Blaricummerheide

AHN 1e deel

Vandaag starten wij bij de bushalte Blaricum Huizenhoogt van lijn 108. Eerst lopen een stukje naar het westen (linksaf als je de bushalte achter je hebt) door de Dwarslaan langs een paar villa’s. Dan steeds rechtdoor,  het pad wordt onverhard en je komt in het Kooltjesbos. De heide begint wat later. We lopen eerst over kleine paadje naar het zuiden en zijn dan aan de voet van de Tafelberg.

Tafelberg (Kooltjesberg): +39 m NAP ||  9 m

Tafelberg toegankelijk

via trap en met uitzicht

Tafelberg.jpg
trap.jpg
1.1 km
HUG 2 Tafelberg.jpg

Situatie nu

Zoals de naam al zegt is de Tafelberg, een tafelberg en wat daaronder verstaan wordt, vind je hier. Deze grotendeels kunstmatige heuvel is 9 meter hoog en erg oud. Er zijn prehistorische vondsten gedaan en er omheen ligt ook een deel van een lage wal, die op de hoogtekaart goed is te zien. In vroegere tijden heette deze hug de Kooltjesberg en het verhaal gaat dat men hier vuren afstak als een soort vuurtoren voor de schepen op de Zuiderzee. Hoewel je toen ongetwijfeld de berg vanaf de zee kon zien, lijkt het mij toch een broodje aap. De Tafelberg ligt namelijk op bijna 4 km van de kust. Als je zo nodig een vuurtoren wil maken op een berg, dan kies je er toch eentje die vlak aan zee ligt, zoals de Eukenberg of de Aalberg. Maar je weet het nooit, misschien klopt het toch. Het is al lang een plaats, waar men graag naar toe ging om van het uitzicht te genieten. In de 17e eeuw heeft J. Cats dit schilderij gemaakt van een uitstapje van de gegoede burgerij naar de Tafelberg. Omdat er toen nog geen bossen waren kon je bij helder weer Urk op zo’n 50 km zien liggen. Aan de andere kant keek je naar Utrecht en Amersfoort. Er is toen ook een oriëntatie steen geplaatst met de plaatsen erop, die zichtbaar waren. Tegenwoordig is er van een uitzicht absoluut geen sprake meer en kun je nog net over een stukje van hei uitkijken. Boven op de berg stonden in de loop van de tijden ook diverse uitzichttorens. In de twintiger jaren van de vorige eeuw is de berg zelfs helemaal afgegraven om er een reservoir voor de drinkwaterleiding in aan te brengen. Die is inmiddels buitengebruik gesteld, maar is diep in de berg nog wel aanwezig. De uitzichttorens zijn al lang geleden wegens krakkemikkigheid afgebroken en lange tijd lag de berg er verwaarloosd bij. Maar in 2022 is hij helemaal opgeknapt en van een trap voorzien. Als je naar boven klimt, wat wij - als HUG wandelaar - natuurlijk allemaal doen, dan sta je op 39.3 m boven ANP en dit is het hoogste punt van het Gooi. Ik wil niet neerbuigend doen, maar het stelt natuurlijk niet veel voor vergeleken met de bergen rond Amerongen (70 m). Maar als je in het Gooi woont is het toch echt hoog

HUG 2 Tafelberg panorama.jpg

180° Panorama vanaf de Tafelberg

Topo Tijdreis 

Nog een leuke anekdote; in 1823 deed de Nederlandse geleerde Gerrit Moll hier een geslaagde poging om de snelheid van het geluid  te bepalen. Zie TVE blz 91. Dat ging ongeveer zo in zijn werk: hier op de Tafelberg was een observatie post en op de Amersfoortseberg, die op een afstand van 17.7 km ligt, plaatste men een kanon. Op een afgesproken tijd in de avond schoot men dat kanon af en noteerde men op de Tafelberg de tijd tussen het moment dat men het vuur van het kanon zag en het schot hoorde.  Die tijd was gemiddeld 52.8 seconden.

Nu even een quiz: Wie kan uit deze gegevens de snelheid van het geluid uitrekenen in meter/seconde?

Het antwoord vind je hier.

Voor een moderne demonstratie van deze proef, kun je deze uitzending volgen.

Na dit hoogtepunt dalen we weer af naar de realiteit en gaan we nu echt de heide op en lopen over het fietspad langs het Kooltjesbos en zien dan in de verte de volgde hug opduiken: de Bussumerhoogt.

Bussumerhoogt: +28 m NAP || 4 m

berg toegankelijk met uitzicht
              naam fictief

1.7 km

Bussumerhoogt2.jpg

Bussumerhoogt in de mist.

Eigenlijk heeft deze hug geen officiële naam of althans die heb ik nog niet kunnen achterhalen. Daarom heb ik hem een fictieve benaming gegeven: Bussumerhoogt. Dit is niet zo maar een naam, want hij komt voor op oudere kaarten, zoals deze uit 1849, toen de heidegebieden geïnventariseerd werden. Het was 100 jaar geleden een bekend uitzichtspunt; op de Kaart van de Rijwielpaden in het Gooi en Eemland uit 1929 stond, dat je van hier tot Harderwijk en Marken kon kijken. Kom daar nu nog maar eens om! Maar het is absoluut nog steeds een markant heuveltje en het uitzicht terug de heide op is niet onaardig.

Bus hoogt panorama_edited.jpg

Bussumerhoogt uitzicht

We lopen nog een stukje langs de bosrand en komen dan bij een omheinde kuil. Dit is een oude leemkuil ①, die vroeger werd uitgegraven om het bruikbare leem te winnen. Voor meer informatie hierover, zie hier. Kijk eens naar het zand onder je voeten: het heeft een licht oranje kleur. Dat komt doordat het vermengd is met leem. Tegenwoordig zijn de leemkuilen niet meer toegankelijk, omdat er kwetsbare en zeldzame plantensoorten groeien.
.We vervolgen onze weg en verliezen eerst wat hoogte, waarna het pad merkbaar begint te stijgen. Wij lopen nu over een markante rug in de heide: de Kooltjesrug.

Kooltjesrug: +28 m NAP || 6 m

berg toegankelijk met uitzicht en schans
                   naam fictief

Bergrug fictief.jpg
2.0 km

UItzicht vanaf de Kooltjesrug naar het oosten richting Tafelberg

naar de top van de Kooltjerug

Ook de naam Kooltjesrug is niet officieel, maar door mij bedacht, naar analogie van de namen Kooltjesberg en Kooltjesbos, die wel historisch bekend zijn. De rug vormt een markante verhoging in het landschap en bereikt vrijwel dezelfde hoogte als de voet van de Tafelberg. Daarmee behoren deze locaties tot de hoogste natuurlijke delen van het Gooi.
De Kooltjesrug strekt zich uit over vrijwel de gehele lengte van de heide en is een direct gevolg van de opstuwing door het landijs tijdens de voorlaatste ijstijd. Het is dus een onderdeel van de stuwwal. Dat is onder meer te herkennen aan het grindrijke zand dat hier aan de oppervlakte komt. Wie meer wil weten over de geologische opbouw van dit deel van het Gooi, kan hier klikken (blz. 11).

Wie de hoogtekaart van de Kooltjesrug goed bekijkt, ziet iets dat lijkt op een gracht rond de top. Dit zijn de resten van voorschans nummer 4 van de Stelling van Naarden ②, die tijdens de Eerste Wereldoorlog werd aangelegd als onderdeel van de verdediging van Amsterdam. Hoewel de schans op de hoogtekaart nog vrij compleet oogt, is er in het veld niet veel meer van te zien. Op één plek zijn de resten echter nog redelijk goed herkenbaar. Sta je boven op de Kooltjesrug, neem dan het pad linksaf naar beneden in de richting van de Tafelberg (zie foto). Vlak vóór een grote leemkuil zijn aan de rechterzijde nog enkele greppels en wallen van de schans zichtbaar.

Zo'n belangrijk verdedigingswerk kon natuurlijk niet geheel verborgen blijven voor Duitse spionnen. Misschien heeft dat er wel toe bijgedragen dat Nederland tijdens de Eerste Wereldoorlog buiten de strijd bleef. 😊

Kooltjesrug 2.jpg
④. Steen van Bikbergen
3.1 km
HUG 2 Bikbergsesteen 2.jpg

Steen van Bikbergen

Boven op de Kooltjerug nemen we het pad rechtsaf naar beneden. We gaan door een hek en steken de Crailoseweg over. Dit is een drukke weg, dus kijk goed uit. Direct aan de overzijde nemen we het pad links het bos van landgoed Bikbergen in. Hier bekijken we eerst een heel bijzondere steen: de Bikbergse Zandsteen. Hij ligt in een kuil, iets rechts van het pad.
 

.De steen werd in 1953 door landarbeiders ontdekt. Aanvankelijk stak slechts een klein deel boven de grond uit, maar bij verder graven bleek het om een opvallend groot exemplaar te gaan. Op het eerste gezicht lijkt het misschien gewoon een steen, maar hij is heel anders dan de meeste zwerfkeien in het Gooi. Die zijn tijdens de ijstijden door het landijs meegevoerd en zijn meestal afkomstig uit Scandinavië. De Bikbergse Zandsteen is daarentegen ter plaatse ontstaan. Door chemische processen in de bodem zijn mineralen neergeslagen die zandkorrels aan elkaar hebben gekit. Zo ontstond in de loop van de tijd een grote zandsteen. Je kunt goed zien dat de steen uit verschillende lagen bestaat. Bovendien is hij relatief zacht, waardoor regenwater hem langzaam uitslijt. De steen is inmiddels al in meerdere stukken uiteengevallen en zal, als er niets gebeurt, geleidelijk verder verweren. Vergelijkbare zandstenen zijn op enkele andere plaatsen in het Gooi gevonden, maar daarbuiten zijn ze vrij zeldzaam. 

Na deze bijzonderheid lopen we verder door het bos rond de berg van Bikbergen.

3.4 km

berg NIET toegankelijk            naam fictief

bikberg.jpg

Bikberg

De berg is eigenlijk meer een klein plateau dan een echte berg. Hij heeft zover ik weet ook geen officiële naam, maar de naam Bikberg lijkt me wel toepasselijk, want het hele gebied hier heet Bikbergen. De “top” ligt wat hoger tussen de bomen en de paden slingeren er omheen. Het zijn de restanten van een landschapspark van het landhuis Oud-Bussem. Dit is geen verschrijving; het landgoed heet echt Oud- Bussem. Je kunt er dus niet echt bovenop op de top komen, tenzij je door het bos gaat struinen, maar dat mag natuurlijk niet.

We lopen eerst langs een grafheuvel en dan langs de achterkant van de berg naar beneden. Je kunt echt zien dat je een dalletje inloopt. Even verderop zien we door de bomen al de volgende berg opduiken: de Trappenberg.

Lusje.jpg

Lusje

Oud Crailo

Lusje. Je kunt hier een extra lusje maken van 1.8 km  en je loopt dan via een grote akker: De Driest. In de winter als er geen gewassen op staan, zie je midden in het land een bosje. Dit noemt men een geriefbosje. De boer gebruikte het hout van zo’n bosje voor zijn gerief dat wil, in dit geval, zeggen als brandhout voor de verwarming van het huis. Je komt vervolgens in het bosgebied van Crailo en tenslotte ben je op de Museumlaan. Hier kun je het landhuis bewonderen en iets verder in het bos is ook nog een bijenschans van de Imkervereninging Bussum. Even later zijn ook wij bij de Trappenberg. Hierbij de GPX file als je niet alleen op dit kaartje durft te lopen.

Lusje

Trappenberg (Trapjesberg): +21 m NAP|| 6 m

Vermaakberg via een trap toegankelijk

4.5 km
Trappenberg.jpg

Trappenberg

De Trappenberg heeft enkele synoniemen: Trapjesberg en Berg van Rozenboom. Deze laatste naam komt van één van de toenmalige bewoners van het landgoed  Crailoo, die deze berg 19e eeuw heeft aangelegd. Het is een typische kunstmatige gebruiksberg / geriefberg en diende “ter vermaeck” om van het mooie uitzicht over de Gooise heide te kunnen genieten. Misschien heeft er ook ooit een theekoepeltje op gestaan.  We kunnen deze berg beklimmen, maar door alle bomen is er nu totaal geen uitzicht meer. Dus dalen we maar snel weer aan de andere kant er af. Hier liggen enkele echte zwerfstenen, die uit zandafgravingen in de buurt komen.

We komen nu op de Museumlaan, een naam die voor een bospad wat vreemd aandoet. Aan het einde van de negentiende eeuw bezat de eigenaar van Crailo echter een particulier museum, dat in het verlengde van deze laan lag. Het museum werd in 1920 gesloopt. In dezelfde periode werd een groot deel van het landgoed verkaveld, waarna er villa's werden gebouwd.

Daar merken we tijdens de wandeling weinig van, want op de Museumlaan slaan we linksaf en passeren we een restant van de oude eng. Hier worden nog traditionele gewassen verbouwd en bloeien langs de randen ingezaaide akkerbloemen. Vervolgens lopen we langs een complex van gebouwen. Oorspronkelijk waren hier een kindersanatorium en later een revalidatiecentrum gevestigd. Tegenwoordig wordt het terrein herontwikkeld tot een woon- en zorgcentrum voor ouderen.

④ Zandafgraving op de Blaricummerheide
zandafgraving.jpg

zanderij

5. 6 km
Zandafgraving Blaricummerheide.jpg

Panorama zandafgraving Blaricummerheride

Topotijdreis ca 1900_edited.jpg

Topotijdtreis ca 1900

We steken weer de drukke weg Hilversum – Huizen over en komen op de Blaricummerheide. Vaak kun je hier schapen zien en wat verder op is ook een schaapskooi. Na ongeveer 500 m zijn wij bij een bomenrij gekomen en lopen hier de oude zandafgraving ④ in. Deze afgraving heeft een lange geschiedenis. Hij is niet erg diep, maar wel uitgebreid. In de loop van de tijd is hier enorm veel zand afgevoerd, want zoals we al weten van etappe 1: “zand is goud”. Maar ook hier blijkt weer, dat zand weliswaar kostbaar is, maar als je het alleen met paard en wagen kan afvoeren, schiet het niet echt op. Hier midden op de heide zijn ook geen kanalen, zoals we op de eerste wandeling bij Oud Naarden hebben gezien. 

Rond 1890 had de Gooische Stoomtram Maatschappij, die in het Gooi een uitgebreid tramwegnet bezat, behoefte aan zand voor zijn sporen over drassige land en legde een zijspoortje aan naar de zanderij. Als je goed kijkt op de AHN hoogtekaart kun je het verloop nog zien. In die tijd kraaide er geen haan naar dat er flinke stukken van de heide werden afgegraven.

1928 Rijksweg Aanleg rond Laren 3 detail.jpg

Dat was wel even anders toen men in 1929 hier nog eens zand wilde gaan afgraven voor de aanleg van de nieuwe autoweg Rijksweg 1. Hier tegen braken zelfs landelijke protesten van natuurliefhebbers uit. Ook de santatorium directie was bang voor zandverstuivingen en roet van de stoomtreinen. Zelfs de minister is nog een kijkje komen nemen, maar de bezwaren werden ter zijde geschoven en de afzanding werd ter hand genomen. Deze keer werd er een veldspoortje aangelegd door de Museumlaan voor de afvoer van het zand. Maar een voorwaarde was dat er een landschapsarchitect aan te pas zou komen om het terrein weer een beetje op te knappen na de afgraving. Je ziet nu het resultaat. Toch niet echt slecht zou ik zeggen.

Veldspoor bij aanleg RW 1 (archief HKL)      

Net als elders op de Kooltjesrug heeft hier een voorschans (#3) van de Stelling van Naarden gelegen. Een groot deel ervan is echter verdwenen door de zandafgraving. Op de AHN-kaart zijn de resten nog goed herkenbaar, maar omdat er geen pad langs loopt, kunnen we er tijdens deze wandeling niet van dichtbij naar gaan kijken.  

In totaal lagen er rond Naarden zeven voorschansen en de onderstaande luchtfoto uit 1925 kun je verschillende daarvan zien. Bij de volgende wandeling vertel ik meer over deze verdedingswerken.

windkanter.jpg

Mijn windkanter

Bikberg: +20 m NAP

Anker 1

We lopen de afgraving aan de steile kant weer uit en komen op de heide. Het pad loopt langzaam omhoog tot onze volgende hug.

Afgeplagde hei.  Foto Sander Koopman

Bij het afplaggen van dit stuk van de Blaricummerheide in 2011 bleek dat de grond bezaaid ligt met kleinere en grotere keien. Sommigen daarvan hebben een typische platte vorm en worden windkanters genoemd. In de laatst ijstijd heerste hier een poolklimaat en er was praktisch geen vegetatie, zodat  de wind met het meegevoerde zand er vrij spel had. De speciale vorm van de windkanters  komt omdat ze lange tijd letterlijk gezandstraald zijn geweest. Dit plaatje laat een exemplaar zien dat ik hier gevonden heb.

Luchtfoto stelling

Laarderhoogt (Looberg): +29 m NAP

plateau toegankelijk met uitzicht 

6.1 km
Larenhoogt.jpg

Larenhoogt

12 Crailo  Rotspartij Ansichtkaart.jpg

Nepstenen ca 1900 (archief HKL)

nep steen.jpg

Nu

Eigenlijk zie je niet veel van dit plateau, maar we zitten weer bijna net zo hoog als de voet van de Tafelberg. Ook dit was vroeger een deel van het landgoed Crailo, maar het is eind 19e eeuw verkaveld. De Maatschappij tot Exploitatie van Bouwterreinen ‘Crailoo’ deed alles in het mogelijke om de verkoop te stimuleren. Ze legden zelfs een rij van nep-zwerfkeien van kippengaas en gips aan in het begin van de wijk. Deze “stenen” hebben  de tand des tijds door staan en je kunt ze nu nog zien, maar dan moet je wel een klein ommetje maken. Ondanks deze verfraaiingen  vlotte niet zo de verkoop van de kavels, hoewel de omgeving schitterend is en een villaatje hier niet misstaat. En de stoomtram stopte voor de deur.  Wat wil je nog meer. Waarschijnlijk was de economische crisis hiervan de mede de oorzaak. Bovendien ligt het geheel toch nog een flink stuk van het station verwijderd.

Iets verder op ligt over de A1 het Ecoduct Laarderhoogt. Dit verbindt de natuurgebieden aan beide kanten van de snelweg met elkaar. Zo kunnen de hertjes van de oost hun vriendinnetjes in de west bezoeken. Ik bedoel natuurlijk de reeën. 😊

We steken de weg naar Huizen over en gaan door het hek en over een klein stukje hei en weer door een hek. Dit is het landgoed Larenberg. Hier op de hoek staan een flink aantal Makke Jannenbomen (tamme kastanjes) en in oktober is het goed kastanjes zoeken. We lopen het walletje op aan de linkerkant en komen door een loofgang, ook wel berceau genaamd. Dat is een rij bomen, meestal beuken, die bovenlangs zo worden geleid dat een tunnel wordt gevormd. Dit is om de edele dames in het verleden te beschermen tegen de felle zon, zodat ze niet bruin zou worden. Geen wonder dat ze vaak o-benen hadden door een gebrek aan vitamine D.

We lopen dan verder en komen ongemerkt op de Larenberg.

Larenberg: +28 m NAP

berg NIET toegankelijk  

6.6 km

Larenberg

HUG 2 Huis Larenberg.jpg

Landhuis Larenberg

Paviljoen LB.jpg

Advertentie in Gids voor het Gooi, 1889

Deze berg stelt niet veel voor en vormt een onderdeel van het plateau van Larenhoogt. De eigenlijke top ligt op het deel van het landgoed, waar het huis staat en waar je niet mag wandelen. Wij komen dan ook niet veel verder dan een bank op een open plek in het bos naast een monumentale boom. Deze bank bestaat uit één grote balk gezaagd uit een boom van het bos. Bij mooi weer en rond 12:30 zit je hier heerlijk in de zon om je botterhammetje op te eten.

Na deze rustpauze lopen we verder door het bos en komen tenslotte bij een aantal huisjes en een oude boerderij. Hier kun je ook een blik werpen op het landhuis. Ik ben wel blij, dat ik daar niet woon, want zulke huizen zijn niet warm te stoken. We lopen langs een akkerlandje, dat een overblijfsel is van de vroegere uitgebreide Larense eng. De engen waren de gemeenschappelijke wei- en bouwlanden van de Erfgooiers, de oorspronkelijke boeren, die al sinds de middeleeuwen het Gooi bewerkten. We komen hier bij een laantje dat Paviljoensweg heet. Dit was oorspronkelijk de oprijlaan naar een destijds beroemd hotel: de Larenberg. Dat was in het begin van de 20e eeuw een heel bekend hotel/restaurant met een kinderspeelplaats en dus een paviljoen. Dit was een uitzichttoren met een Chinees tintje. Toen de autoweg Amersfoort – Amsterdam werd verlegd, kwam het hotel verder van de doorgaande weg te liggen en de zaken gingen steeds slechter. Uiteindelijk is het in 1935 gesloopt en alleen deze Paviljoensweg herinnert er nog aan.

We komen nu bij de oude straatweg, die linksaf naar het dorp Laren gaat. Laren was lange tijd, naast Naarden, de belangrijkste plaats in het Gooi en het was aanzienlijk groter dan Hilversum. Het lag net als Blaricum gunstig aan de oostkant van de “bergen” en net op de rand van het veengebied. Men had dus droge voeten, maar kon toch van de nabijheid van het water profiteren. De dorpen op de Utrechtse Heuvelrug, zoals Doorn, Leersum en Amerongen liggen ook op zo’n ideale positie.
Wij zijn nu onderaan de Larenhoogt / Larenberg gekomen en steken de weg over.  Hier liep de stoomtram van de GSM. Door de plaatselijke bewoners werd hij ook wel de Gooische moordenaar genoemd vanwege de vele ongelukken en aanrijdingen met een tram, soms met dodelijke afloop. Hier vlakbij zijn in 1927 twee trams frontaal gebost met vier doden en vele gewonden tot gevolg. Zie het verslag van de krant. De persfoto is nogal luguber, want je kunt er nog twee slachtoffers op zien.

 Wij gaan rechtsaf en nemen de eerste weg (Rozenlaantje) links en ook hier gaat meteen weer omhoog. Dit is de volgende hug, de Steenberg, die we echter alleen aansnijden.  We lopen dus alleen over de flank van de berg. Dit is een stuk met grote villa’s. De wegen volgen nog het oude patroon van vóór de bebouwing gezien de namen als Drift en Grindbank. Drift wijst naar de oude weg die van het dorp naar de heide liep en waarover men de schapen overdag heen leidde. ’s Avonds ging het dan weer terug omdat men de schapenmest nodig had voor het vruchtbaar maken van de zanderige engen. Ook waren er schaapskooien op de heide met dezelfde functie. Langs de weg Steenbergen staan een aantal Makke Jannen bomen. De weg wordt trouwens steeds smaller en is op het laatst zelfs onverhard. Dat is me ook wat, dan heb je een kapitale villa in het Gooi en je kunt er met je Bentley alleen over een zandpad komen! Dat is pas Geen Stijl.

Detail- en AHN hoogtekaart tweede deel van de etappe 
HUG 2 kaart deel 2.jpg

Kaart tweede deel 

AHN Westerheide.jpg

AHN hoogtekaart Westerheide

Het tweede deel van de wandeling begint bij het tunneltje onder de snelweg A1. Via de Grintbank lopen we langs enkele indrukwekkende Makke Jannen-bomen richting de heide. Voordat we die bereiken, maken we eerst een klein ommetje om de Steenberg van dichterbij te bekijken.

AHN Westerheide

Steenberg: +29 m NAP

platteberg niet berijkbaar.jpg

     platte berg NIET toegankelijk met watertoren en waterwin gebied

waterwin gebied.jpg
9.3 km
HUG 2 Watertoren.jpg

Watertoren nu

De Steenberg is een berg met een platte kop en ligt, net als de Huizerhoogt, de Tafelberg en de Larenhoogt, op een hoog deel van de stuwwal. De top is niet toegankelijk omdat zich hier een nog steeds in gebruik zijnde waterwinlocatie bevindt, met daarop de fraaie Larense watertoren. Hier wordt grondwater opgepompt, gezuiverd en naar de omliggende gemeenten gedistribueerd.

De toren werd ontworpen door architect Wouter Hamdorff, die in 1935 de opdracht kreeg een bouwwerk te ontwerpen dat harmonieus in het landschap zou passen. Dat is uitstekend gelukt. Het gebouw won een belangrijke architectuurprijs en is tegenwoordig een beschermd monument. Oorspronkelijk was de 35 meter hoge toren ook bedoeld als uitkijktoren, maar die functie heeft hij inmiddels verloren. Als watertoren heeft hij evenmin nog een rol, omdat de benodigde waterdruk tegenwoordig door pompen wordt geleverd.

We lopen langs enkele nieuwe villa’s, passeren een klaphek en zien de watertoren van de achterzijde. Even verderop komen we langs een overloopkuil van de waterinstallatie. Die dient om overtollig water af te voeren wanneer de reservoirs te vol raken. Meestal sijpelt hier wat water weg, waardoor een klein beekje ontstaat met een verrassend rijke vochtige biotoop. Een interessant plekje voor natuurliefhebbers en kenners van bijzondere planten.

Daarna keren we via hetzelfde smalle heidepad terug en passeren opnieuw het klaphek. Even later staan we aan het begin van de Westerheide. Op het eerste gezicht klinkt die naam misschien vreemd, want deze heide ligt toch echt ten oosten van Hilversum. Waarom heet zij dan niet de Oosterheide?  Het antwoord vind je hier.  

Maar voor we de Westerheide oplopen even een stukje geschiedenis.

Smeltwatervlakte Bussumer- en Westerheide 

De Westerheide en de Bussumerheide liggen vrijwel geheel op een smeltwatervlakte. Deze is ontstaan door het afstromen van smeltwater na het terugtrekken van de ijskap tijdens de voorlaatste ijstijd en later ook door het smelten van uitgestrekte sneeuwvelden in de laatste ijstijd. Zie Fase III van het ontstaan van de stuwwal. Het snel stromende water voerde grote hoeveelheden zand en grind mee en sleet op sommige plaatsen geulen uit. Nadat het smeltwater was verdwenen, kwamen deze geulen droog te liggen. Tegenwoordig herkennen we ze nog als smeltwaterdalen in het landschap. De meegevoerde afzettingen van zand en kleine grindstenen zijn nog altijd in de bodem van het gebied terug te vinden

 ⑤ Amsterdam en het Gooi en het Miradaplan 
stad.jpg

Stad

9.0 km
Miranda plan.jpg

Tuinstad van het Meranda plan, 1927 AGV

Je mag bij het begin van de heide even stil staan omdat het maar een haar had gescheeld of je keek hier nu tegen een huizenzee aan. Wat was het geval? Amsterdam heeft altijd al begerig naar het Gooi gekeken. Van de 17e tot 20e eeuw zijn enorme stukken zand van het Gooi afgegraven voor stadsuitbreidingen. In 1905 wilde de gemeente Amsterdam zelfs het Naardermeer gebruiken als afvaldump, maar daar werd door de publieke opinie een stokje voor gestoken en dat leidde zelfs tot de oprichting van Natuurmonumenten, o.a. door Jac. P. Thijsse (ja, die van de Verkade albums). In de twintiger jaren (van de vorige eeuw) bedacht de Amsterdamse wethouder De Miranda een plan voor een Tuinstad dat de gehele hei tussen Bussum en Hilversum zou beslaan. Als je naar het plaatje kijkt ziet het er wel fraai uit, maar de hele heide zou opgeven worden. Gelukkig kwam er direct veel weerstand tegen dit plan. Als tegen reactie, is toen het Gooisch Natuurreservaat opgericht, dat in 1933 een aantal heidegebieden kon aankopen. Dus eind goed al goed: je kijkt nu naar de heide en niet naar een stad! Hier staat het hele verhaal.

We lopen nu over de heide parallel aan een heuvelrug, de Lange Heul.

westerheide

Lange Heul: +12 - 25 m NAP|| 2 - 5 m

berg rug.jpg

Lengteduin toegankelijk met uitzicht  

bankje.jpg

9.8 - 12.3 km

Lange Heul.jpg

Lange Heul met rechts in de verte de watertoren van Laren

De naam Lange Heul is al zeer oud. In de oorkonde over de banscheiding van 1428 komt hij voor als Lange Hulle. De naam Heul is waarschijnlijk verwant aan het woord heuvel (net als hug in HUGwandelen) en betekent dus zoiets als lange heuvel. Dat past goed bij wat we hier zien: een langgerekte dekzandrug, oftewel een lengteduin. Oorspronkelijk strekte deze rug zich uit van de Steenberg tot voorbij de spoorlijn Hilversum–Amsterdam. Het noordelijke deel verdween echter door afgravingen bij de aanleg van de spoorlijn en de latere zandwinning.
Deze duinen ontstonden na het terugtrekken van het landijs, toen ijzige winden zand uit de droogliggende Noordzee aanvoerden. Door de nabijgelegen Aartjesberg werden de winden afgebogen, waardoor het zand zich in een langgerekte rug ophoopte. Dit wordt een lengteduin genoemd. De hoogte bedraagt hier ongeveer 3 tot 5 meter boven het maaiveld. Aan de andere zijde van de Aartjesberg ligt een vergelijkbare, maar veel lagere zandrug van gemiddeld slechts 2 meter hoog. Die geen eigen naam en daarom noemen we dan maar fictief de Korte Heul.
Archeologische vondsten tonen aan dat er in de middeleeuwen bewoning is geweest; opgegraven waterputten vormen daarvan het bewijs. Toch bestond het gebied grotendeels uit woeste gronden. Die vormden de voedingsbodem voor griezelverhalen over een reus die onderweg zijn zand verloor en zo de heuvels zou hebben gevormd.

Rund bij Gebed zonder Eind

kruis.jpg

Oorlogsmonument

Na een kort stuk over de heide komen we in een bosgebied met de duinen van de Lange Heul. Sommige van deze zandruggen zijn verrassend hoog. Aan het einde van dit gebied bereiken we de Nieuwe Crailoseweg ⑥ De bomen langs deze weg werden rond 1840 aangeplant door de Maatschappij tot Bevordering van de Cultuur in Gooiland. Het ambitieuze plan was om de gehele, in hun ogen "nutteloze" heide te bebossen, zowel ter verfraaiing van het landschap als voor de houtproductie. Verder dan deze bomenlaan is het echter nooit gekomen. De weg was een geliefde wandelplek voor de Hilversumse gegoede burgerij, maar door zijn lengte kreeg hij al snel de bijnaam Gebed zonder Eind. Op warme dagen liggen hier vaak Gallowayrunderen rustig in de schaduw van de bomen te herkauwen.
Deze laan vormt tevens de grens tussen twee heidegebieden. Aan de westzijde ligt de Westerheide, aan de oostzijde de Bussumerheide. We volgen het Gebed zonder Eind een stukje naar het noorden en slaan vlak voorbij de veeroosters een bospad in. Hier passeren we enkele lage heuveltjes. Dit zijn de restanten van de kogelvangers van de schietbanen van de voormalige legerplaats Crailo.

Even later komen we opnieuw op een stukje heide en passeren we een oorlogsmonument in de vorm van een houten kruis. Op deze plek werden in 1941 vijf verzetsstrijders op de voormalige schietbaan gefusilleerd. Meer over deze tragische gebeurtenis kun je hier lezen

Daarna gaan we door een hek en lopen we echt de Bussumerheide op. Over dit heidegebied valt veel te vertellen, maar dat bewaren we voor de beschrijving van de volgende etappe. We volgen het pad tot we opnieuw bij de Lange Heul uitkomen. Hier is goed te zien dat dit daadwerkelijk een langgerekte rug in het landschap is. Boven op de Heul staat een bankje met een weids uitzicht in alle richtingen.

panorama Lange Heul.jpg

360 ° Panorama vanaf de Lange Heul bij de Doodweg

Nadat we van het uitzicht hebben genoten, slaan we linksaf en volgen we de oude Doodweg ⑨ van Bussum naar het Sint Janskerkhof. Katholieken uit Bussum lieten hun overledenen graag op het kerkhof bij de Sint-Janskerk begraven. De rouwstoeten moesten daarvoor de heide oversteken via deze kaarsrechte weg, die daaraan zijn naam dankt.

Wij zijn gelukkig nog springlevend en kunnen deze historische route op eigen kracht volgen. Let onderweg wel goed op, want halverwege de heide slaan we een smal paadje in om een oud kamp te bekijken. 
Als een laag walletje op de heide je koud laat, mag je ook rechtdoor lopen, maar dan mis je wel een historische plaats.

Op de Westerheide ligt een van de grootste archeologische raadsels van het Gooi: Kamp Laren I. Het bestaat uit een vrijwel vierkant terrein van ongeveer 90 × 90 meter, omgeven door een lage aarden wal met aan de buitenzijde een greppel. Dergelijke omwalde terreinen worden in het Gooi traditioneel Schapenkampen of kampjes genoemd.
In het gebied rond Laren en Hilversum hebben waarschijnlijk ooit zes of zeven kampen gelegen. Drie daarvan bevinden zich op de Westerheide. Een vierde ligt op de Zuiderheide, maar is grotendeels verdwenen door de zandwinning van de Kuil van Koppel. Twee andere kampen zijn in de twintigste eeuw onder de bebouwing van Hilversum verdwenen. Op het kaartje zijn ze aangegeven.  Buiten het Gooi komen dergelijke omwalde terreinen nauwelijks voor. Tijdens etappe 6 van de HUG-wandelingen komen we nog een vergelijkbaar kamp tegen in het Roosterbos bij Baarn.

⑩ Kamp Laren I
13.6 km
Kampen heide kaart.jpg

Kaart met bestaande en verdwenen kampen

Al bijna tweehonderd jaar wordt gediscussieerd over de functie van deze kampen. Ze zijn achtereenvolgens geïnterpreteerd als Romeinse legerkampen, schapenkralen, bijenschansen, akkers of tijdelijke militaire versterkingen. Geen van deze verklaringen kon echter overtuigend worden bewezen.

Om meer duidelijkheid te krijgen heeft de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed in 2022 uitgebreid onderzoek uitgevoerd dit Kamp Laren I. Daarbij werden boringen gezet, proefsleuven gegraven en bodemmonsters onderzocht. De belangrijkste conclusies waren verrassend. Het kamp blijkt te zijn aangelegd in de late vijftiende of zestiende eeuw. Binnen de omwalling zijn geen sporen van gebouwen gevonden en onderzoek van pollen en bodemmonsters laat zien dat er ook geen akker heeft gelegen. Tijdens de gebruiksperiode bestond de begroeiing vooral uit heide. Bovendien lijkt de greppel al in het begin van de zestiende eeuw weer te zijn dichtgeslibd, waardoor het kamp waarschijnlijk slechts korte tijd in gebruik is geweest. Over de oorspronkelijke functie bestaat daarom nog steeds geen zekerheid.

Wal kamp Laren 1

Kamp Laren 1

Op de AHN-hoogtekaart is de wal van dit kamp goed zichtbaar. Ook in het veld zijn de wal en greppel nog duidelijk te herkennen, al valt dat op deze foto minder op.

Korte Heul +21-8 m NAP // ~ 1m

Bergrug fictief.jpg

Lengteduin. fictieve naam

13.8 km

Korte Heul AHN hoogtekaart 

Het ontstaan van deze lengteduin hebben we al bij de Lange Heul beschreven. De Korte Heul is echter aanzienlijk lager en daardoor minder opvallend. Toch is het rechte tracé over een lengte van ongeveer 1.500 meter bijzonder. Waarschijnlijk was de duinenrij ooit nog langer, maar een deel ervan is onder de bebouwing van Hilversum verdwenen. Omdat de Korte Heul op de flank van de stuwwal ligt, daalt zijn hoogte geleidelijk van circa 21 naar 8 meter. Op de plek waar we hem kruisen valt hij nauwelijks op, omdat hij grotendeels schuilgaat tussen de bomen. Wie echter de AHN-hoogtekaart bekijkt, ziet duidelijk dat deze bescheiden duinenrij wel degelijk aanwezig is. Ook de bodem verschilt van die van de omgeving. Terwijl de Bussumer- en Westerheide grotendeels op de smelwatervlakte van grof zand en grind liggen, bestaat deze dekzandrug uit relatief fijn zand zonder grind.

We keren terug naar de Doodweg en vervolgen onze tocht. Het pad klimt hier geleidelijk weer omhoog en brengt ons terug op de eigenlijke stuwwal. Wat je in het veld nauwelijks ziet, maar op de AHN-hoogtekaart des te beter, zijn de vele langgerekte kuilen die vaak in elkaars verlengde liggen. Deze zijn ontstaan door grindwinning. Het grind werd miljoenen jaren geleden door grote rivieren vanuit de Midden-Europese gebergten naar de delta vervoerd. Tijdens de ijstijd werden deze afzettingen door het oprukkende landijs opgestuwd, waardoor de grindlagen hier in lange banen dicht aan de oppervlakte kwamen te liggen (Fase II onstaan van de stuwwal). Boeren konden deze grindbanken later eenvoudig afgraven door de kiezelrijke lagen in de bodem te volgen. Het resultaat is een landschap met hele rijen kuilen en sleuven.
Op de heide liggen bovendien verschillende grafheuvels, maar die bevinden zich buiten onze route en zullen we tijdens deze wandeling niet van dichtbij bekijken.

Na de Korte Heul is het nog maar een klein stukje tot we de Westerheide verlaten en de Hoogte van Sint Janskerkhof bereiken, met 22 meter ons einddoel van vandaag. Onderweg passeren we nog het La Place-restaurant, waarvan het terras bij mooi weer uitnodigt voor een korte pauze. Via het tunneltje steken we de drukke weg over en bereiken we de parkeerplaats, als je daar vanmorgen je auto hebt neergezet. Ben je met het openbaar vervoer gekomen, dan kun je hier de bus naar station Hilversum nemen. 

De actuele vertrektijden vindt je hier

Toegift    ⑪ Museum Hofland

Ben je op een woensdag, vrijdag, zaterdag of zondag aan deze wandeling begonnen, dan is een bezoek aan Museum Hofland na afloop zeker aan te raden. Het museum is op deze dagen geopend van 13.00 tot 16.30 uur en ligt aan het eindpunt van deze etappe.
Onderweg hebben we kennisgemaakt met vrijwel alle geologische bouwstenen van het Gooi: de stuwwal, de spoelzandwaaier, lengteduinen zoals de Lange en Korte Heul en de grindafzettingen die hier door het landijs zijn opgestuwd. In het museum wordt uitgelegd hoe deze landschappen zijn ontstaan en welke rol de ijstijden daarbij hebben gespeeld. Daarnaast zijn er fossielen, gesteenten en mineralen te bewonderen.
Een bezoek vormt daarmee een mooie afsluiting van de wandeling. Je ziet niet alleen het landschap, maar krijgt ook inzicht in de processen die het hebben gevormd. Kom je op een dag dat het museum gesloten is, dan kun je natuurlijk altijd nog eens terugkomen om het op een later moment te bezoeken.

Museum Hofland.jpg

Na dit kamp te hebben bekeken keren we terug naar de Doodweg. Even later komen we bij een groep bomen waar de Korte Heul ligt

bottom of page