
Etappe 3 Laren St Janskerkhof - Bussum Zuid
Zeven bergen, waaronder twee kunstmatige toppen, heide en zandverstuivingen
Kenmerken


Samenvatting
We starten bij de bushalte (lijn 108 vanaf station Hilversum) en bevinden ons al op de ① hoogte van het Sint Janskerkhof, dat 21 meter boven NAP ligt. Hier bevindt zich het Geologisch Museum Hofland, waar je onder andere veel informatie kunt vinden over het ontstaan van het Gooi. Kom je met de auto, dan is er ook een parkeerplaats.
We beginnen de wandeling in het bos en al snel zie je links en rechts van het pad langwerpige kuilen waaruit vroeger grind werd gedolven ②. We komen al gauw bij een zandafgraving die we inlopen. Iets later volgt een nog veel grotere zandafgraving: de Kuil van Koppel ③. Hier bekijken we de bijenschans en klimmen daarna de afgraving weer uit, waarna we op de Grindberg (22 m) staan. Even later bereiken we de Zuiderheide, met een mooi uitzichtspunt bij een bankje. Op dit punt kun je kiezen voor een extra lusje langs de duinen en de zandverstuiving van de Witte Bergen ⑤, waar een paal staat, die de grens tussen de provincies Noord-Holland en Utrecht markeert ④. Kies je niet voor het lusje, dan loop je via het brede fietspad de stuwwal af. In dit gebied liggen een aantal grafheuvels — de Zeven Bergjes ⑥. Beneden zie je restaurant ’t Bluk, waar beide trajecten weer samenkomen. Vervolgens lopen we over een stukje actieve zandverstuiving en komen we op de Oude Postweg, de vroegere “snelweg” van Amsterdam naar Amersfoort. Langs dit zandpad staat een jeneverbesboom ⑦. We slaan rechtsaf en komen in een gebied met duinen en uitblaaskuilen. Zo bereiken we de kunstmatige Annahoevenseberg (24 m), een werkverschaffingsproject uit de jaren dertig van de vorige eeuw. Boven genieten we van het uitzicht over het park en het Laarnse Wasmeer ⑧. Eenmaal beneden ligt rechts het terrein van het vroegere recreatieoord Anna’s Hoeve. We lopen vervolgens door een park met vijvers en de kunstmatige Dudokheuvels (8–10 m). Na dit park en een villawijk bereiken we de Anna’s Berg, eveneens 24 meter hoog. Deze heuvel is aangelegd als afvalberg van vervuilde grond uit het gebied. Vanaf de top heb je een mooi uitzicht over Hilversum. Daarna vervolgen we de route noordwaarts langs de omheining van het meer, waarbij het pad geleidelijk weer stijgt. Op deze plek liggen restanten van de tankgracht uit de Tweede Wereldoorlog ⑨. In het bos is vervolgens een diepe kuil zichtbaar van een waterwingebied.
Na het oversteken van de drukke weg en een volgend bosgedeelte bereiken we de Westerheide, bekend van de vorige etappe. Als je goed oplet zie je hier een lage duinenrij, die ik de Korte Heul heb genoemd. We volgen de heide en bij een eenzame eik zie je met wat geluk is iets verderop een recht walletje: een restant van de grensscheiding tussen Laren en Hilversum, de zogeheten Banscheiding uit 1428 ⑪. Het pad stijgt geleidelijk en komt uit op de Aartjesberg (17 m). In de periode van juni tot september kan op het veldje boekweit in bloei staan. Ook ligt er een opvallend grote zwerfkei. De top zelf is niet toegankelijk, omdat het gebied als rustzone voor wild is ingericht. Na het oversteken van de oude weg komen we op de Bussumerheide. Hier zien we een lengteduin, de Lange Heul, die op deze plek ongeveer 4 meter hoog is. Aan de andere zijde ligt het restant van een renbaan ⑫, al is deze op de heide nauwelijks zichtbaar. We passeren nog een oude stelling van de Vesting Naarden ⑬ en lopen via de flats van Bussum naar station Bussum Zuid, dat aan de overzijde van de spoorlijn ligt. Nabij het station staat ook de voormalige watertoren van Bussum. Daarmee bereiken we het einde van deze afwisselende wandeling.
Inleiding

We lopen vandaag over de stuwwal, dalen af naar een gebied met zandverstuivingen en landduinen. We beklimmen vervolgens twee kunstmatige bergen en komen langs een diepe kuil. Op de Westerheide zien we een smeltwaterdal, een berg van keileem en lengteduinen. Een afwisselende wandelingen dus. Laten we snel beginnen.
Detail beschrijving eerste deel.

Kaart eerste deel etappe

We beginnen onze tocht vandaag op het Hoogt van het Sint Janskerkhof. Je kunt hier met de auto komen en parkeren op de grote parkeerplaats of met bus 108 vanaf station Hilversum. Hier bevindt zich ook het Museum Hofland. Dit museum is absoluut een bezoek waard: je vindt er onder andere een uitgebreide uitleg over het ontstaan van het Gooi en vele archeologische vondsten. Het museum is momenteel geopend op woensdagmiddag en op de middagen van vrijdag tot en met zondag, van 14.00 tot 16.30 uur. Controleer voor vertrek altijd even de actuele openingstijden op de website.
Hoogte van St Janskerkhof +22 m NAP
Plateau
0 km

Plateau van het Sint Janskerkhof

De hoogte van het Sint-Janskerkhof vormt een plateau van de Gooise stuwwal. Hoewel het duidelijk hoger ligt dan het omliggende landschap, kenmerkt het zich door een vrijwel vlak terrein. Hoe deze ‘hoogvlaktes’ zijn ontstaan, lees je hier. Op deze foto is goed te zien hoe gelijkmatig het terrein is.
① Sint Janskerkhof
0 km
Tot in de dertiende eeuw bevond zich in het Gooi slechts één kerk, namelijk in Naarden. Als gevolg van de geleidelijke bevolkingsgroei in Nederland in de late Middeleeuwen ontstond de noodzaak tot de stichting van een nieuwe kerk. Als locatie werd gekozen voor de centraal gelegen nederzetting Laren dat gesitueerd was op het plateau van de stuwwal. Omstreeks 1250 werd hier een stenen kerk gebouwd, die eerder was gewijd aan Sint-Vitus en later aan Johannes de Doper (Sint-Jan).Als gevolg van de verdroging van de hoger gelegen gronden aan het einde van de Middeleeuwen werd bewoning op de stuwwal steeds minder aantrekkelijk. De nederzetting werd daarom verplaatst naar een lagergelegen gebied. Daar werd een kapel gesticht, maar wegens ruimtegebrek kon geen nieuw kerkhof worden aangelegd, waardoor het oorspronkelijke kerkhof op het plateau in gebruik bleef. Dit kerkhof werd in verschillende perioden ook gebruikt door omliggende dorpen. Zogeheten doodwegen of kerkepaden verbonden deze dorpen met het kerkhof. Enkele van deze routes lopen opvallend recht door de heide. Op de bovenstaande kaart zijn enkele van deze doodwegen weergegeven, die deels nog bestaan of zijn opgegaan in het huidige wegennet, zoals de weg tussen Hilversum en Laren (N525). Voor meer details over het kerkhof en de doodswegen zie TVE blz 20
We lopen nu het bos in zuidelijke richting in. Als je goed oplet, zie je links en rechts van het pad langgerekte kuilen liggen
② Grind- en leemkuilen
Grind- en leemkuilen

Grindkuil
0.3 - 0.8 km

AHN hoogtekaart: oriëntatie grindkuilen
In het hoofdstuk over het ontstaan van de heuvelrug is uitgelegd dat de oorspronkelijke afzettingen van de oer-Rijn en de Maas tijdens de derde ijstijd door het oprukkende ijs zijn opgestuwd. Daardoor kwamen lagen grind en leem plaatselijk aan de oppervlakte te liggen, vaak in lange, evenwijdige stroken. Hoewel de boeren in het Gooi geen eigenaar van de grond waren, hadden zij wel het recht om voor eigen gebruik zand, grind en leem af te graven. Omdat deze materialen belangrijk waren in het dagelijks leven, gebeurde dit eeuwenlang op kleine schaal. Men hoefde niet diep te graven, maar volgde de natuurlijke lagen in de bodem. Zo ontstonden in de loop van de tijd rijen van kuilen die elkaar opvolgen. Op de AHN-kaart van dit gebied is goed te zien dat deze kuilen het natuurlijke patroon volgen van de door het ijs vervormde bodemlagen.
We houden rechts aan en het pad voert door een voormalige grindkuil. Even verderop bereiken we een diepe laagte, het restant van een zandafgraving. We lopen deze laagte weer uit en volgen de rand tot aan een breder pad, waar we door het klaphek gaan. Hier dalen we af in een nog veel grotere afgraving: de Kuil van Koppel.
③ Complex zandrijen Kuil van Koppel met de Ludenschans
Zandafgravingen bijenschans
0.9-1.3km
Dit is het grootste complex van particuliere zandafgravingen in het Gooi. Sinds de oprichting van het Goois Natuurreservaat in 1923 probeerde men zandafgravingen te beperken tot een klein aantal locaties. In 1932 kreeg een firma van de familie Koppel op de Zuiderheide een vergunning voor het zeer lucratieve afgraven van dit “goud”, want zand was zeer gewild.

TopoTijdreis verschillende jaren
Zoals op de kaartjes te zien is, begon men kleinschalig. Aan het eind van de jaren vijftig (Topokaart 1962) kwam de winning echter goed op gang, met drie afzonderlijke zanderijen. in de jaren zestig ( Topokaart 1983) werden de afgravingen II en III met elkaar verbonden, waardoor de grote kuil ontstond die we vandaag nog in het landschap herkennen. Dit artikel geeft een goede indruk van hoe het afgraven in zijn werk ging. Ook kwamen er bijzondere vondsten uit het zand tevoorschijn, zoals een mammoettand, die oorspronkelijk te zie was in Museum Hofland.
De afgravingen kwamen in de zeventiger jaren van de vorige eeuw ten einde, mede door de protesten van geologen, die belangrijke geologische fenomenen zagen verdwijnen. Ook van natuurliefhebbers kwamen steeds meer bezwaren tegen de grote verstoringen van het landschap. Daar staat tegenover dat men nu toch wel wat anders tegen deze kuilen aankijken; veel blijken zich ontwikkeld te hebben tot een habitat van speciale flora. Zo ook de Kuil van Koppel, waar bijzondere planten groeien. Wat dacht je van de guichelheil of de kleverige reigersbek; ze schijnen hier nog voor te komen.
Door de beschutte ligging is de kuil niet alleen een unieke locatie voor bijzonder planten, maar ook de ideale plaats voor een bijenschans. De Ludenschans is een moderne versie van een tradionele bijenschans, waarbij de bijenkorven in een halve cirkel beschut zijn opgesteld. Voor meer info over bijen en schansen zie hier.
Grindberg +21m NAP || 10 m
1.4 km
Gedeeltelijk afgegraven berg

TopoT 1920 Grindberg tov latere afgraving grondsoort bij Grindberg zicht naar beneden vanaf Grindberg
Grindberg; waar zou die naam toch vandaan komen? De berg is voor een groot deel afgegraven bij de Kuil van Koppel, maar de plek waar het hoogste punt zou moeten liggen is er nog wel—al is er geen duidelijke top te onderscheiden. Veel meer valt er eigenlijk niet over deze berg te vertellen. Aan de rand van de afgraving kun je nog even naar beneden kijken. De kuil is hier 10 meter diep.
Vervolgens lopen we door een stukje bos en komen langs een ijzeren doos: een waterdrinkplaats voor de dieren die hier rondlopen. De bollen zorgen ervoor dat het water in de winter niet bevriest. We zijn nu weer boven op de stuwwal en na een kleine afgraving met leemachtig zand ontvouwt zich een prachtig uitzicht over de Zuiderheide, die beneden ons ligt.
We lopen weer een klein stukje door en slaan het pad in langs de plek waar het zand goed zichtbaar is. Als we dit pad omhoog volgen, kun je eens goed kijken naar de grondsoort die we hier aantreffen.
Juist ja: grof zand met flinke stukken grind. Misschien zie je zelfs een steen die half in het zand vastzit—en als je je geologenhamer bij je hebt, kun je hem voorzichtig uitgraven. Dit is typisch de bodem van de stuwwal.
Boven aangekomen staan we boven op de Grindberg, de tweede berg van vandaag.
Zuiderheide
heide bankje met uitzicht
1.8 km

Uitzicht van het plateau van St Janskerkhof over de Zuiderheide
De eigenlijke heide van de Zuiderheide ligt op de flank van de stuwwal. Het hoogteverschil met de heidebodem bedraagt ongeveer achttien meter. We bevinden ons hier bijna op het hoogste punt, met een fraai uitzicht naar beneden. In de verte zie je fietsers en wandelaars zich over de heide bewegen.
Archeologisch gezien is de Zuiderheide bijzonder rijk aan monumenten. Kijk maar eens naar de twee AHN-kaarten: daarop springen meteen de Zeven Bergjes in het oog, grafheuvels uit de prehistorie. Op de kaart van Perk uit 1843 worden ze aangeduid als Tumuli. Kun je ze vinden? Overigens zijn het er meer dan zeven. Al in het midden van de 19e eeuw zijn er opgravingen geweest van deze grafheuvels in de jaren 20 van de vorige eeuw, is dat nog eens dunnetjes overgedaan. Zie hier een verslag van deze ontgravingen.

Zuiderheide AHN hoogtekaart in kleur en als hillshade. Op deze laatste kun je de details beter zien
We hebben al gesproken over de grindkuilen, en verder is vooral op de hillshade-kaart goed te zien dat de heide doorsneden wordt door talloze karrensporen. In het veld zelf vallen die nauwelijks op. Op de kaarten zijn ook de restanten te herkennen van een oud kamp, dat gedeeltelijk is afgegraven. Daarnaast loopt hier de eeuwenoude ‘snelweg’ van Amsterdam naar Duitsland: de Oude Postweg. Tot slot zijn er nog de overblijfselen van de door de Duitse bezetter aangelegde tankgracht rond Hilversum — maar daarover later meer.
We staan nu voor de moeilijke keuze: vervolgen we onze route rechtstreeks, of nemen we een interessant lusje? Als je voor het lusje kiest, volg dan de onderstaande beschrijving en de speciale GPX. De totale wandeling wordt dan 2.7km langer, maar is beslist de extra moeite waard.
Lusje van de Witte Bergen en de grenspaal

Kaart lusje, grenspaal en landduin
Nadat we van het uitzicht hebben genoten, vervolgen we de wandeling en dalen we af langs de rand van de heide. Omdat de zandverstuivingen van de Witte Bergen aan de oostzijde van de snelweg A1 liggen, steken we deze eerst over via een viaduct. Kort daarna slaan we een bospad in en komen we in een gebied met kleine heuveltjes: overgroeide landduinen. Dit was vroeger een uitgestrekte zandverstuiving die in de loop van de tijd is ‘verland’, waardoor er nu bomen groeien. Een klein deel van de zandverstuiving is nog intact en daar lopen we omheen. Dit gebied staat bekend als de Witte Bergen, ook wel de Postiljon genoemd
Wittebergen, Postiljon 5-12 m +NAP || 4 m
Beboste landduinen zandverstuiving grenspaal
⑤De Witte Bergen bestaan uit een actief zandverstuivingsgebied, waar je de duinvorming live kunt zien. Hoe de ontwikkeling van verstuiving naar duinvorming verloopt, kun je hier lezen. Het duintje dat we hier beklimmen is behoorlijk steil, maar eenmaal boven heb je een mooi uitzicht over de zandvlakte. Wie dat wil, kan aan de achterkant van het duin afdalen, even door de bosjes lopen en zo grenspaal 3 bereiken④. Dit is de grens tussen de provincies Holland en Utrecht. De geschiedenis van deze grens is nogal ingewikkeld; de details zijn te lezen bij etappe 5. Voor nu is het voldoende om je te realiseren dat je hier op een plek staat met een belangrijke historische betekenis.
We vervolgen de wandeling, desgewenst gedeeltelijk door het mulle zand en steken daarna via het viaduct de A1 nogmaals over. Vervolgens lopen we langs Hotel De Witte Bergen. Direct na de brug slaan we opnieuw een bospad in. Dit duingebied vormt, zoals je zult begrijpen, een voortzetting van de Witte Bergen die we zojuist hebben bezocht. Even later keren we terug op de heide. We staan nu onderaan de stuwwal.
Als je niet voor het lusje hebt gekozen lopen we de stuwwal af naar beneden. De helling is ook duidelijk te herkennen in het hoogteprofiel van de route. Je loop via het brede fietspad en komt langs een van de zeven bergjes; de grafheuvels hier op de heide ⑥. We komen nu in het gebied dat ‘t Bluk heet.
‘t Bluk
Horeca zandverstuiving
2.6 - 2.9 km

zandverstuiving bij 't Bluk
Deze wat vreemde naam zou afkomstig zijn van een lokaal Larens woord voor blok. Hier bevindt zich ook het restaurant met dezelfde naam, dat ik van harte kan aanbevelen voor een kopje koffie of thee. Daarna zetten we onze tocht voort en beklimmen we een zandheuvel om opnieuw het actieve zandverstuivingsgebied in te gaan.⑤ Kijk nog eens goed naar de ondergrond onder je voeten. Juist ja: fijn zand zonder kiezelstenen. Uit recent onderzoek blijkt dat dit gebied meerdere cycli van bebost – ontbost – verstuiving – herbebost heeft doorgemaakt. Op sommige plaatsen is goed te zien dat de ondergrond uit verschillende lagen bestaat. Deze zijn gevormd in de periode dat het gebied bebost was en afgevallen bladeren een humuslaag opbouwden. Voor de duidelijkheid: de donkere lagen zijn géén brandlagen. Het zandverstuivingsgebied is niet groot; hopelijk ben je niet verdwaald en ben je uitgekomen op een zandpad. Dit is de Oude Postweg.
⑦ Oude Postweg met jeneverstruik
weg boom / struik
3.4 km
Jeneverbesstruik

Ook nu nog rijden er koetsen op de Oude Postweg
Dit was de ‘snelweg’ tussen Amsterdam en Duitsland, die via Amersfoort liep. Wie in de 17e eeuw snel in Hamburg moest zijn, nam in Amsterdam de trekschuit naar Naarden. Daar stonden postkoetsen klaar die je in enkele uren via deze Postweg naar Amersfoort brachten. Vandaar liepen er verschillende wegen richting Duitsland. Meer details vind je hier.
De weg was toen – en is dat nu nog steeds – een zandpad. Het voordeel, maar tegelijk ook het nadeel van zo’n zandpad, is dat het in droge tijden relatief hard is, terwijl het in natte perioden modderig kan worden. Toch blijft de weg meestal bruikbaar. Dat gold niet voor lagergelegen wegen; die waren vooral in de natte wintertijd vaak onbegaanbaar.
In etappe 6 komen we deze Post- of Heerweg opnieuw tegen bij Baarn en Soest, waar hij oorspronkelijk over de berg, de Soester Eng, liep. Later werden er echte verharde wegen aangelegd en werd de Heerweg verlegd naar een route onderlangs, via Laren, Eemnes, Baarn en Soest.
Iets verderop staat een eenzame jeneverbesstruik, en dat is vrij bijzonder. De jeneverbes is een inheemse conifeer die kan uitgroeien tot een flinke struik of een zelfs kleine boom. Ik ken ik hem van mijn jeugd op de Koeheuvels bij Maarn, maar elders in de provincie Utrecht schijnt hij zeldzaam te zijn. In andere gebieden, zoals Drenthe en de Veluwe, komen nog wel veel jeneverbesstruiken voor. Toch gaat de soort in Nederland achteruit, wat zorgwekkend is. Er bestaat zelfs een Jeneverbesgilde. Het doel van dit gilde is niet – zoals je misschien zou denken – het bevorderen van het jenevergebruik, maar het inzetten voor het behoud van de jeneverbesstruik.
We lopen nog een klein stukje verder over de Postweg tot we bij een hek komen, waar we links het bos in gaan. Even verderop bevinden we ons in het gebied van het Laarderwasmeer.
⑧ Laarderwasmeer
Meeertje

Hoog water in het Laarderwasmeer en Annahoevenseberg
Detail kaart Gooi, Brakensiek ca 1900
We zien hier hetzelfde naamfenomeen als in de vorige etappe: het meertje draagt de naam van Laren en niet die van het veel grotere en dichterbij gelegen Hilversum. Dat komt vanoudsher al in de gemeente Laren ligt. Overigens bestaat er ook een Hilversums Wasmeer; dat ligt verderop en dat komen we tegen in etappe 5. Het woord was verwijst naar het vroegere gebruik als wasplaats voor schapen die op de heide graasden.
Het water dat je hier ziet is geen grondwater, maar regenwater dat niet kan wegzakken door een ondoordringbare laag in de ondergrond. Rond 1800 was het een glooiend gebied met kleine vennetjes waarin de schapen werden gewassen, vandaar de naam wasmeer.
In het uitzonderlijk natte jaar 2024 stond het water hier dan ook bijzonder hoog, terwijl het meertje in droge jaren bijna geheel kan verdwijnen. Toch is met dit meertje iets bijzonders aan de hand.
Aan het einde van de negentiende eeuw besloot Hilversum zijn afval- en rioolwater af te voeren naar het lagergelegen gebied rond het Laarderwasmeer. Rond 1900 werden hier zogenoemde vloeivelden aangelegd. Zie de kaart met de afvoer en het vloeiveld. Dat leidde later tot het ontstaan van de Vuilwaterplas, naast het toen nog schone Laarderwasmeer. Ook de nabijgelegen gasfabriek loosde zijn vervuilde water rechtstreeks op de heide, via wat bekendstond als het Vuilwaterslootje (zie de hoogtekaart van Hilversum).
In 1939 kreeg Hilversum zijn eerste rioolwaterzuiveringsinstallatie, op de plek waar nu woonwijk Anna’s Hoeve ligt. Bij grote hoeveelheden afvalwater werd echter nog steeds rechtstreeks geloosd in de omgeving. Door deze lozingen en het na de Tweede Wereldoorlog verbinden van beide plassen raakte het gebied ernstig vervuild, onder meer met zware metalen uit de industrie. In 1977 werd het slib zelfs aangemerkt als chemisch afval.
Vanaf 2003 is het gebied grondig gesaneerd. Vervuilde grond werd verwijderd en het oorspronkelijke landschap hersteld, inclusief de unieke zandverstuivingen met hun bijzondere flora.
Uitblaaskuilen

Uitblaaskuil
We lopen nu in een gebied met landduinen, die begroeid zijn met bos. Naast deze duinen liggen verschillende uitblaaskuilen. Het zal je niet verbazen dat waar duinvorming optreedt en zand zich ophoopt, er ook plekken zijn waar het zand juist wordt weggeblazen. Op die plaatsen blijven soms flinke kuilen achter.
Op de foto zie je zo’n kuil. Een lastig punt bij landschapsfoto’s is dat hoogte- en diepteverschillen vaak niet goed zichtbaar zijn. In werkelijkheid is dit gat echter zo’n drie meter diep, wat in dit verder vrij vlakke gebied toch behoorlijk bijzonder is.
We komen nu in het gebied dat grenst aan onze volgende berg de Annahoevenseberg
Kuil
4.2 - 4.4 km
Gebied van de Anna's Hoeve
5.0 - 7.3 km

Detail hoogte kaart AHN kaart van gebied Anna's Hoeve
Annahoevenseberg +24 NAP || 20 m
Werkverschaffingsberg
trappen, uitzicht
5.3 km

Nu
In de jaren dertig van de twintigste eeuw leidde de wereldwijde financiële crisis tot een hoge werkloosheid. Om deze gedeeltelijk te bestrijden zette de overheid zogenoemde werkverschaffingsprojecten op. Werklozen kregen tegen een laag loon tijdelijk werk aan publieke voorzieningen, zoals wegen, kanalen, parken en zwembaden. Zo probeerde de overheid tegelijkertijd de armoede te verlichten en nuttige infrastructuur aan te leggen.
Een van deze projecten in Hilversum was het park Anna’s Hoeve, ontworpen door de stadsarchitect Willem Dudok. In het park werden grote vijvers gegraven en met het vrijkomende zand werden heuvels opgeworpen. De hoogste daarvan is de Annahoevenseberg, die met zijn circa twintig meter duidelijk boven de omgeving uitsteekt. De heuvel werd aangelegd op de plek van een voormalige vuilnisbelt. Nog altijd zijn na een regenbui soms stukjes aardewerk te vinden van weggegooid, gebroken servies uit de dertiger jaren. Zie de foto van mijn vondsten. Omdat het ophogen grotendeels met de hand gebeurde, kreeg de berg een opvallend asymmetrische vorm. De lange, flauwe aanloophelling was nodig om het materiaal met kruiwagens naar boven te kunnen brengen.
Lange tijd was de berg sterk verwaarloosd: het pad naar boven was nauwelijks begaanbaar en door de dichte begroeiing ontbrak elk uitzicht. Inmiddels is dit sterk verbeterd en biedt de top weer een prachtig panorama. Naar het noorden kijk je uit over het Laarder Wasmeer, naar het zuiden over de spoorlijn en het ecoduct.

Panorama vanaf Annahoevenseberg
Ecologische verbindingszone

Ecologische verbindigszone in het Gooi
We komen nu in een gebied dat onlangs volledig op de schop is gegaan. Dat hangt samen met de aanleg van twee ecoducten, onderdeel van de ecologische verbindingszone tussen de Utrechtse Heuvelrug en het Gooi.
Zo is er een ecotunnel aangelegd onder de A1 bij de Monnikenberg en een natuurbrug over het spoor tussen Amersfoort en Hilversum. Op het kaartje is te zien dat dit onderdeel is van een groter project, bestaande uit zeven ecologische verbindingen in de vorm van ecoducten en een ecotunnel.
Helaas is hier, in tegenstelling tot bij sommige andere ecoducten, niet gekozen voor een gecombineerde verbinding voor mens en dier. Daardoor ontbreekt voor wandelaars nog steeds een directe verbinding tussen de gebieden van Anna’s Hoeve en de Monnikenberg.
Het laatste ecoduct dat nog gerealiseerd moet worden, is dat van de Westerheide, over de weg tussen Hilversum en Laren. Als dat eenmaal klaar is, kunnen de wolven van Austerlitz naar het Gooi komen en zich tegoed doen aan de schapen hier! Maar voor andere dieren is deze verbindingszone een zegen.
We dalen af van de berg en gaan naar rechts en hier staan even later oog in oog met de plaats waar ooit de Anna’s Hoeve gestaan heeft.
Anna's Hoeve
Speeltuin voormalig
5.4 km
Anna’s Hoeve heeft een lange geschiedenis. Anna’s Hoeve begon als boerderij bij het Laarderwasmeer en werd in 1844 gebouwd. Het werd vernoemd naar de echtgenote van de toenmalige eigenaar. De hoeve brandde meerdere keren af, maar werd telkens herbouwd. In de jaren dertig van de twintigste eeuw kocht de gemeente Hilversum het gebouw en het terrein. Als onderdeel van de werkverschaffingsprojecten, onder leiding van architect Dudok, werd het gebied ingericht als recreatiegebied. Bij de hoeve verrezen een theehuis en een grote speeltuin, dat decennialang een populaire uitstapje was voor gezinnen uit Hilversum en omgeving. Net als de speeltuinen van Oud Valkeveen (etappe 1) en de Pyramide van Austerlitz (etappe 8) was het ook een geliefde bestemming voor schoolreisjes. Er stond naast achtbaan, een uitzichttoren, vanwaar je — net als vanaf de naastgelegen berg — een goed uitzicht had over de omgeving. Verder waren er bootjes, die in een betonnen goot langs een aantal sprookjes scenes voeren. Een soort mini-Efteling dus. In 2005 maakte een grote brand hier een einde aan : het restaurant en de speeltuin werden volledig verwoest. Daarmee verdween Anna’s Hoeve als recreatieve trekpleister, al leeft de naam voort in het omliggende natuur- en woongebied. Van het huis en de speeltuin is tegenwoordig weinig meer over dan enkele betonnen restanten van de botenbaan, Zie de foto hieronder. De contouren van deze goot zijn ook nog te herkennen op de uitvergroting van de AHN-kaart van de omgeving. Zie de kaart hierboven.
Nadat we deze historische plek bekeken hebben gaan we het Anna Hoevensepark in.
Dudok Heuvels +13m NAP || 9m
Werkverschaffings heuveltje fictieve naam
5.5 - 6.5 km

Botengoot voormalige speeltuin
Dudokheuvels
Zoals we al eerder vermeldden, zijn de vijvers, paden, bruggen en heuvels ontworpen door Willem Dudok en maakten zij deel uit van het werkverschaffingsproject uit de dertiger jaren van de vorige eeuw. Net als bij de eerder beklommen Annahoevenseberg zijn deze heuvels opgeworpen met het zand dat bij het graven van de vijvers vrijkwam.
Het gaat om meerdere lagere heuveltjes, waarbij over het middelste heuveltje het pad loopt. Eigenlijk hebben deze ‘bergjes’ geen officiële naam, maar wij noemen ze daarom maar fictief de Dudokheuvels. Eigenlijk hebben deze ‘bergjes’ geen officiële naam, maar wij noemen ze daarom maar fictief de Dudokheuvels. Het gaat om meerdere lagere heuveltjes, waarbij over het middelste heuveltje het pad loopt.
Na dit heuveltje steken we via een brug het water over en wandelen we een stukje langs de oever, totdat we uitkomen op een langere laan. Dit is overigens een zeer oud pad: de Liebergseweg. Vroeger liep deze weg vanuit het dorp Hilversum langs de Liebergen. Deze landduinen zijn bij de bouw van de woningen in de wijk Liebergen, in de jaren dertig, volledig geëgaliseerd. Zie ook het hoofdstuk over de verdwenen bergen in het Gooi. We zijn nu weer terug in de bewoonde wereld van de wijk Anna’s Hoeve.
Anna’s berg +24m NAP || 20 m

panorama vanaf de Anna's berg
Afvalberg met panorama uitzicht
7.0 km
De Anna’s Berg is een afvalberg, opgebouwd met de licht verontreinigde grond die vrijkwam bij het afgraven van de vloeivelden ten behoeve van de aangrenzende woningbouw. De grond is zorgvuldig ingepakt en zou in de toekomst geen verontreiniging mogen lekken. Tegelijkertijd schermt de berg het zicht af op de daarachter gelegen gebouwen van de waterzuivering. Op de berg zijn paden aangelegd, waardoor zelfs rolstoelgebruikers de top kunnen bereiken. Het uitzicht is prachtig: je kijkt uit over vrijwel heel Hilversum, met daar omheen de heidevelden en de verschillende meertjes. Bij goed zicht kun je de televisietoren van IJsselstein op 26 km en de kerktoren van Eemnes met daarachter de windturbines in de polder (15-20 km) zien.
Je vraagt je natuurlijk af waar de naam Anna’s Berg vandaan komt. Dat zit zo: de nieuwe bewoners van de wijk mochten zelf een naam voor de berg kiezen en de meeste stemmen gingen — hoe origineel — naar Anna’s Berg. Verwarrend is het allemaal wel: de Anna’s Hoeve, het Annahoevepark, de Annahoevense Berg, de woonwijk Anna’s Hoeve en nu ook nog de Anna’s Berg. Maar het is niet anders.
We dalen aan de andere kant van de berg weer af. Of je daarbij het officiële, bijna één kilometer lange pad volgt of kiest voor het meer directe olifantenpaadje naar beneden, laat ik hier even in het midden. Beneden aangekomen slaan we rechtsaf langs de huizen en gaan bij de ingang van het bos opnieuw rechtsaf. We volgen het pad langs een aantal duinen en bereiken zo de grens van het Larense Wasmeer
Even later zien we rechts de Leeuwenkuil: een nat gebiedje dat, net als de meertjes eerder, wordt veroorzaakt door een ondoorlatende laag in de bodem waardoor regenwater niet kan wegzakken.
Daarna komen we weer op de eigenlijke Zuiderheide. De paden lopen hier langzaam omhoog, richting de flank van de stuwwal. Hier staat een informatiebord over de tankgracht die de Duitse bezetter rond Hilversum heeft aangelegd.
8.4 km
⑨ Tankgracht

Tankgracht bij het Laarder Wasmeer (Collectie Goois Natuur Reservaat) met dank aan P. Hoogenraad

Tankgracht op de hei. Zie jij hem?
De Duitse tankgracht rond Hilversum werd in 1944 aangelegd ter verdediging van het Duitse hoofdkwartier in Nederland, dat in Hilversum was gevestigd. Op bevel van Erwin Rommel, verantwoordelijk voor de Duitse kust- en achterlandverdediging, moest de gracht samen met andere verdedigingswerken het streng bewaakte Sperrgebiet — ook wel Zitadelle Hilversum genoemd — beschermen. In dit gebied was onder meer de staf van de Wehrmachtbefehlshaber in den Niederlanden gevestigd.
Na de oorlog is een groot deel van de tankgracht gedempt of opgenomen in stedelijke en landschappelijke ontwikkelingen. De reliëfverschillen zijn op de AHN-kaarten op sommige plaatsen nog goed zichtbaar, maar in het veld is vaak veel verbeeldingskracht nodig om het te herkennen. Later, op de Westerheide, komen we de tankgracht opnieuw tegen.
We volgen nu het fietspad, verlaten het afgesloten gebied en komen in een bosrijker deel terecht. Hier is het even opletten welk pad je neemt, maar met de GPS in de hand kan het eigenlijk niet misgaan. Uiteindelijk komen we uit bij een groot hek, met daarachter een diepe kuil vol installaties: de Waterwinningskuil.
⑩ Waterwinningskuilen

Kunstmatige kuil waterwingebied
9.1 km

Hier bevindt zich een diepe kuil, die rond 1900 werd gegraven toen de stoompompen voor de waterwinning van de Hilversumse Waterleidings Maatschappij werden geplaatst. Deze locatie, halverwege de stuwwal, moet bijzonder geschikt zijn geweest voor de winning van drinkwater. Aan de overkant van de weg tussen Hilversum en Laren ligt namelijk nog een waterwinlocatie. Rond 1890 groef de Amsterdamse Waterleiding Maatschappij hier eveneens kuilen, maar dan in de vorm van elkaar loodrecht kruisende sleuven waarin de pompen waren opgesteld.
Nu komt de quizvraag van deze etappe:
Waarom zijn de pompen hier in een kuil geplaatst? Je kunt kiezen uit drie antwoorden:
1.Door ze in een kuil te plaatsen, waren de lelijke gebouwen van de stoompompen niet zichtbaar. 2.In een kuil zit je dichter bij het grondwater. 3.In een kuil zit schoner drinkwater en het is ook lekkerder Antwoord 1 is natuurlijk onzin. De in die tijd moderne pompgebouwen mochten juist gezien worden. Ook antwoord 3 is niet correct: al het opgepompte water is hier van uitstekende kwaliteit en die kwaliteit is niet afhankelijk van de diepte. Tenzij je je in een vervuild gebied bevindt — zoals bij het Laarder Wasmeer — maar dat ligt hier kilometers vandaan. Het juiste antwoord is dus 2. Dat klinkt misschien verrassend, maar het zit zo: de rond 1900 gebruikte zuigerpompen waren technisch niet in staat om water van meer dan acht tot tien meter diepte omhoog te pompen. Lag het grondwater dieper, dan was de enige oplossing om een kuil te graven en de pompen daarin te plaatsen.En zo is het gekomen.

Beneden in de kuil staan de moderne pompinstallaties
Je weet nu waarom deze kuil is gegraven en de pompen staan heden ten dage nog steeds op de bodem van deze kuil, hoewel dat tegenwoordig technische niet meer nodig zou zijn. In de jaren 1950 en 1960 is de kuil aanzienlijk vergroot tot ongeveer 200 × 500 meter. Deze uitbreiding vond niet plaats om de drinkwaterwinning technisch opnieuw mogelijk te maken, maar omdat de verkoop van het vrijgekomen zand zeer lucratief was.
We lopen langs het hek van de waterwinkuil en in de winter als er weinig bladeren aan de bomen zijn kun je de waterpompen beneden in de kuil zien.
We komen daarna uit bij de N525, de drukke weg tussen Hilversum en Laren. Hemelsbreed bevinden we ons nu op slechts één kilometer van het startpunt van deze wandeling. Na het oversteken van de weg begint het tweede deel van de etappe.
Detail beschrijving tweede deel

Kaart details tweede deel etappe
Het tweede deel van deze wandeling voert over de Westerheide en de Bussumerheide. In de vorige etappe waren we al in dit gebied, maar vooral in het meer oostelijke deel. Hier volgt een overzicht van het gezamenlijke heidegebied, dat slechts door een kunstmatige laan in tweeën wordt gedeeld.
Geologisch gezien is dit een typisch spoelzandwaaiergebied – ook wel sandir genoemd - , dat gevormd is door afstromend (smelt)water van het gletcherijs vanaf de stuwwal. Er bevindt zich hier zelfs nog een echt smeltwaterdal, dat op de AHN-hoogtekaart goed zichtbaar is en ook in het veld te herkennen valt — mits je weet waar je moet kijken. Zoals zo vaak geldt: als je het niet weet, zie je het niet. Ook interessant is dat zich onder de Aartjesberg een keileemafzetting bevindt die we elders in deze omgeving niet aantreffen. Kijk hier nog maar eens na hoe dat ook alweer in elkaar zit.
Westerheide
Heide

Westerheide AHN hoogtekaart
Net als de Zuiderheide heeft ook dit gebied een rijke geschiedenis. We vinden hier, naast grafheuvels, een oude grenswal, talrijke kleine grind- en leemafgravingen en restanten van kampen. Daarnaast zijn er diverse archeologische artefacten aangetroffen. Zowel op de Aartjesberg als op de Lange Heul zijn sporen gevonden van een middeleeuwse boerderijen met meerdere waterputten. Verderop, op de Bussemerheide, liggen de overblijfselen van een oude renbaan en een schans.

Gebied Amesterdamse Waterleiding afgesloten
We gaan nu onze wandeling voortzetten. Na het oversteken van de weg Hilversum – Laren zien we rechts een dagrecreatieterrein, waar je ook de auto kunt parkeren voor een wandeling over de heide. Wij gaan hier rechtdoor en lopen langs het hek van de “bronnen” van de Amsterdamse Waterleiding Maatschappij. Het gebied is afgesloten als rustgebied voor het wild.
Langs de rechterkant van het pad zien we opnieuw veel grindkuilen. Iets verderop ligt een stukje heide; ook hier liep de tankgracht, al is daar in het terrein nauwelijks nog iets van te herkennen. Nog een eindje verder komen we bij een klaphek, dat toegang geeft tot het begrazingsgebied van de Westerheide. Hier achter zorgen grazers, zoals schapen en runderen, ervoor dat de heide open blijft en niet dichtgroeit met gras en struiken. Zo blijft het karakteristieke heidelandschap behouden
Maar eerst volgen we een klein stukje bos en lopen linksaf op een pad langs de heide tot we
Maar eerst volgen we nog een klein stukje door het bos en slaan daarna linksaf een pad op langs de heide, tot we bij een eenzame eik komen. Dit is een interessant punt, want hier komen veel wegen en karrensporen samen. Ook kruisen we hier de Korte Heul en de banscheiding, terwijl de tankgracht zich op korte afstand bevindt.
Eenzame eik
Eenzame eik, POI
10,5km
Korte Heul +8-13 m ANP // ~1m
Lengteduin, fictieve naam
10.4 km

Korte Heul
In de vorige etappe hebben we al aandacht besteed aan de Korte Heul, maar voor de duidelijkheid nog even een toelichting. De Korte Heul is, net als de Lange Heul, een zogenoemd lengteduin. Deze twee duinrijen zijn ontstaan in een periode waarin grote hoeveelheden zand over Nederland werden geblazen (zie fase IV van het ontstaan van de stuwwal). De Aartjesberg, die uit zwaar keileem bestaat, vormde daarbij een obstakel voor deze zandhoudende winden. In de luwte nam de windsnelheid af, waardoor aan beide kanten een gordel van zand werd afgezet. Deze lengteduinen bestaan uit fijn zand zonder grind.
De noordelijke zandgordel, de Lange Heul, vormt de hogere duinrij op een hoogte van ongeveer 12 tot 20 meter en kreeg al vroeg zijn naam. De zuidelijke lengteduin is aanmerkelijk lager (ongeveer 8 tot 13 meter boven ANP) en ligt maar één meter boven de omgeving. Hij valt nauwelijks op en is nooit benoemd. Toch is hij er wel degelijk en verdient daarom een eigen vermelding. Ik heb dit lengteduin fictief de Korte Heul genoemd.
Als je naar het noorden kijkt, zie je duidelijk dat er tussen deze plek en de verderop gelegen berg, de Aartjesberg, een ondiep dal ligt. Dat is een zogenoemd smeltwaterdal.
Smeltwaterdal
smeltwaterdal
10.8 km
Smeltwaterdalen zijn ontstaan door het afstromen van smeltwater na het terugtrekken van de ijskap tijdens de voorlaatste ijstijd of later door het smelten van sneeuwvelden in de laatste ijstijd. Het snel stromende water sleet geulen uit in de stuwwal, die na afloop van deze processen weer droog kwam te liggen. Met het smeltwater werden zand en kleinere grindstenen meegevoerd, die we vandaag de dag nog in de bodem kunnen terugvinden.
Dit is ook de plaats waar we de banscheiding kruisen.
⑪ Banscheiding
10.8 km
De banscheiding Hilversum–Laren op de Westerheide vindt haar oorsprong in de late middeleeuwen, toen Hilversum en Laren hun rechten op de uitgestrekte heidegronden nauwkeurig wilden vastleggen om conflicten te voorkomen. In 1428 werd in een oorkonde de grens formeel vastgesteld door de baljuw van Gooiland, waarbij de scheiding in het terrein werd gemarkeerd met een aarden wal en greppel. Deze fysieke grens gaf aan waar men mocht weiden, plaggen steken of hout halen en had daarmee zowel een juridische als economische betekenis. Waarschijnlijk stonden er op de wal dichte struiken om te voorkomen dat schapen van het ene dorp op het terrein van het andere dorp terecht zouden komen. Want als dat gebeurde, ging het eigendom van het dier over op het andere dorp. Hier lees je meer. Ondanks latere veranderingen in gemeentelijke grenzen is de banscheiding op de Westerheide nog altijd als landschappelijk relict te herkennen. De wal is laag en het hangt een beetje van (zon)licht of je hem kunt onderscheiden. Als het niet helemaal duidelijk is, niet getreurd, want wat later op de Aartjesberg is het wat beter te zien, zoals hier op de foto.

Banscheiding en smeltwaterdal richting Aardjesberg
We lopen verder door en de Duitse tankgracht loopt hier parellel aan het pad, maar weer is er weinig meer van te zien. Maar misschien kijk ik eroverheen. Links van ons zien we een grote grafheuvel. We lopen nu richting van een kamp.
Kamp (Hilversum 1)

Wal en greppel van het Kamp

Kamp
10.8 km
We zijn nu op het laagste punt van het smeltwaterdal en we lopen nu verder over de heide omhoog in de richting van de Aartsjesberg
Aartjesberg +17m NAP
11.5 km
Kampen zijn min of meer vierkante of trapezevormige terreinen met een wal en een greppel. Rond Hilversum zijn zes of zeven van deze kampen geïdentificeerd, maar ze komen ook elders voor. Bij etappe 6 komen we ook een kamp tegen in het Roosterbos bij Baarn. Mogelijk speelde ze een rol bij de schapenteelt of hadden ze een militaire functie. Een andere verklaring is, dat ze werden gebruikt als akkergronden, waarbij de wal bescherming moest bieden tegen de vraat van wild. Recent gedetaileerd onderzoek van kamp Laren I - een ander kamp op deze hei - heeft laten zien dat het uit begin 17e eeuw stamt, maar over de functie bestaat nog steeds onduidelijkheid.
De wal van dit kamp is op de foto goed zichtbaar. Ook in het veld zijn de wal en greppel duidelijk te onderscheiden, al is de volledige omvang moeilijk in te schatten.
Berg niet toegankelijk, steen. voormalige schaapskooi

Panorama Aardjesberg
De oorsprong van de naam Aardjesberg is onbekend, maar de benaming is al zeer oud. In het document uit 1428 over de banscheiding komt de naam voor als “Aertgesberch”. Geologisch is het gebied erg interessant omdat de ondergrond hier uit keileem bestaat. In het hoofdstuk over het ontstaan van de stuwwal hebben we al gezien dat keileem gevormd is uit door gletsjerijs vermalen ondergrond, stenen en keien. Het materiaal is zeer compact en laat slecht water door.

Neanderthaler spits gevonden op de Aartjesberg.NHA

Boekweit veld op de Aardjesberg
Het is uitzonderlijk dat keileem aan de westkant van de stuwwal voorkomt, aangezien het meeste landijs vanuit het oosten oprukte via wat nu de Gelderse Vallei is. Dat dit hier toch het geval is, kan alleen worden verklaard doordat het ijs over de stuwwal heen is geschoven. Dit verschijnsel zien we elders maar zelden. Je moet je daarbij overigens niet voorstellen dat het keileem direct onder je voeten zichtbaar is. In de loop van de tijd zijn er andere grondlagen overheen afgezet. Op de berg bevinden zich echter enkele leemkuilen, wat aangeeft dat het keileem niet erg diep ligt. Tegenwoordig is dit gebied een afgesloten rustgebied voor wild, waardoor het helaas niet mogelijk is de leemkuilen van dichtbij te bekijken.
De Aardjesberg is - net als de Lange Heul waar we straks komen - niet alleen geologisch bijzonder, maar ook archeologisch van grote betekenis. Op en rond de heuvel zijn sporen gevonden van menselijke aanwezigheid uit verschillende perioden van de prehistorie en de middeleeuwen. Archeologen hebben er vuurstenen werktuigen en vuursteenfragmenten gevonden die wijzen op Neanderthaler- en laat-paleolithische activiteit Op de heide bevinden zich meerdere grafheuvels uit de bronstijd. Ook zijn er sporen van bewoning aangetroffen, zoals aardewerkfragmenten, vuurstenen werktuigen en resten van akkers. Deze vondsten laten zien dat mensen hier al duizenden jaren gebruikmaakten van de hogere zandgronden. De ligging op de rand van de stuwwal bood een relatief droge en goed begaanbare plek in een verder nat landschap.
We komen bij het hek van het rustgebied. Hier sta je precies op de banscheiding, die je lager in het terrein misschien niet hebt kunnen zien. Vanaf deze plek heb je een prachtig uitzicht over de heide en het smeltwaterdal. Neem dus gerust even de tijd om te genieten — jammer genoeg staat hier geen bankje.
We lopen vervolgens om het veld heen. Ben je hier in juni, juli of augustus, dan zie je mogelijk planten met kleine witte bloemen in bloei staan.
Niet iedereen zal dit gewas meteen herkennen, maar het is boekweit. Dit was lange tijd een belangrijk voedingsmiddel voor arme boeren in en rond de heide, omdat boekweit vrijwel het enige gewas is dat op deze schrale bodem nog enigszins wilde groeien. Niet voor niets bevatten de gemeentewapens van Hilversum en Bussum boekweitkorrels. Hier vind je meer informatie over boekweit
Zwerfkeien
11.6 km
kei

Zwerfkei op de Aardjesberg nu
We lopen rond het veldje en komen bij een enorme zwerfkei, die tijdens de voorlaatste ijstijd (fase II) door het landijs uit Scandinavië is meegevoerd en hier is achtergebleven toen het ijs smolt. Deze steen is een mooi voorbeeld van een zwerfkei, zoals die kenmerkend zijn voor stuwwallen en glaciale landschappen van de stuwwal. In 1921 werd een van de zwerfkeien bij de Aardjesberg zelfs naar het centrum van Hilversum verplaatst, waar hij bekend werd als de Hilversumse Kei.

Voormalige schaapskooi op de Aartjesberg
Iets verderop heeft een schaapskooi gestaan, die in 1936 werd gebouwd door het Goois Natuurreservaat en deel uitmaakte van het heidelandschap met een schaapskudde. In 1945 werd de herderswoning door Duitse soldaten in brand gestoken, waarna de schaapskooi in verval raakte. Daarna liep het gebouw verdere schade op door vernielingen en houtroof tijdens de koude oorlogswinter. De schaapskooi is uiteindelijk niet meer herbouwd.
Ook hier heb je een mooi uitzicht over de heide, maar nu meer in zuidoostelijke richting. We laten de Aardjesberg achter ons en vervolgen onze weg. Al snel komen we op de kaarsrechte Nieuwe Crailoseweg. Meer hierover vind je in de beschrijving van de vorige etappe. Daarna bereiken we de Bussumse Heide.
Bussumse Heide
Heide
11.9 - 12.5 km

Bussumerheide AHN hoogtekaart
In principe is de scheiding tussen de twee heidegebieden kunstmatig. Vóór de aanleg van de Nieuwe Crailoseweg vormden zij samen één uitgestrekt en aaneengesloten heidelandschap. Dit gebied kent een rijke geschiedenis. Langs de Lange Heul zijn sporen gevonden uit zowel de prehistorie als de middeleeuwen. Daarnaast bevonden zich hier vroeger een renbaan en een zweefvliegveld. Ook zijn nog resten zichtbaar van een 19e-eeuwse schans. Tenslotte vond hier in 1928 één van de hippische onderdelen van de Olympische Spelen plaats, wat het gebied een bijzondere historische betekenis geeft.
We lopen nu in noordelijke richting over de oude Crailoseweg. Aan de weg is goed te zien dat dit een oud zandpad is: op verschillende plaatsen lopen parallelle karrensporen. Even verderop komen we aan bij de Lange Heul
Lange Heul +12-25 m ANP || 2 - 5 m
lengteduin, toegankelijk met uitzicht

12.4 km
panorama vanaf de Lange Heul
Net als Aardjesberg is ook Lange Heul een zeer oude benaming. In de oorkonde over de banscheiding van 1428 komt de naam voor als “Lange Hulle”. De naam betekent lange heuvel of berg, wat goed aansluit bij wat je in het landschap ziet: een lange dekzandrug, oftewel een lengteduin. In de middeleeuwen is hier bewoning geweest; enkele opgegraven waterputten vormen daarvan het bewijs. Kijk nog maar eens op het overzichtskaartje van de Westerheide.
Het ontstaan van dit lengteduin hebben we al besproken toen we beneden bij de Korte Heul stonden. Daarom gaan we daar nu niet verder op in.
We beklimmen het heuveltje en nemen plaats op het bankje om te genieten van het 360°-panorama. Op dit deel van de heuvelrij stonden vroeger de tribunes van de paardenrenbaan die hier ooit lag.
⑫ Paardenrenbaan 1880 - 1885
Voormalige renbaan en Olympische parkour
13.6 km

Kaart renbaan, collectie HKB
In de 19e eeuw waren paardenrennen populair en ze trokken veel toeschouwers. Al in 1845 lag er op de Bussumse Heide een paardenrenbaan, maar die kende geen lang bestaan.
De tweede renbaan van Bussum werd geopend 1880. Het betrof een paardenrenbaan met houten tribunes, die hoger op de heuvels van de Lange Heul stonden. Daarnaast waren er stallen en een observatietoren voor de scheidsrechters. Op dagen waarop er wedstrijden werden gehouden werd aan de spoorlijn Hilversum–Bussum zelfs een tijdelijk station in gebruik genomen. Het geheel trok veel publiek, waaronder later ook leden van het koninklijk huis. Rond 1895 werd de renbaan gesloten vanwege tegenvallende inkomsten en de concurrentie van de beter bereikbare renbaan bij Cruysbergen, die dichterbij de spoorlijn lag,

Ruim dertig jaar later, tijdens de Olympische Zomerspelen van 1928, werd het terrein weer gebruikt als onderdeel van het olympische ruiterparcours: op 10 augustus 1928 startten ruiters bij de manege in Hilversum en volgden een steeple-chase- en crosscountry-parcours dat door de omgeving van de oude renbaan liep. De Nederlander Charles Pahud de Mortanges won op zijn paard Marcroix de gouden individuele medaille.
We lopen een stukje over de kam van de Lange Heul en slaan daarna rechtsaf. Op de kruising van een aantal paden staan we op de plek waar vroeger de renbaan lag. De contouren ervan zijn deels nog zichtbaar, al is dat sterk afhankelijk van de lichtinval. Ik ben hier op verschillende dagen gaan kijken: soms was vooral de grote bocht duidelijk te herkennen, terwijl er op andere momenten nauwelijks iets te zien was. En eigenlijk doet dat er ook niet zoveel toe; we weten nu dat dit een bijzondere plek is met een interessante geschiedenis.
Zweefvliegveld

Kaart met het zweefvlieg terrein. ESG zweeftoestel. Collectie Kees v Aggelen
In de jaren dertig van de vorige eeuw is de Sticht- Gooische Kleine Luchtvaartclub, de latere Gooische Zweefvliegclub, opgericht, die op de Bussumse Heide, nabij de oude renbaan, met enkele toestellen vloog. Na de oorlog zijn deze activiteiten verplaatst naar het vliegveld Hilversum.
We volgen het pad en komen op de Doodweg van Bussum naar StJanskerkhof. We gaan door het klaphek en staan vrijwel meteen op de plaats van de Voorschans van Naarden
Vlak voor de Eerste Wereldoorlog werd de vesting Naarden aanzienlijk versterkt. Rond de vesting werd een verdedigingsstelling aangelegd die bestond uit meerdere werken — grotere bunkercomplexen — en daarvoor gelegen voorschansen, die uit open loopgraven bestonden. Werk IV is nog grotendeels intact, maar Werk III, waar we straks langs lopen, is volledig verdwenen.
Op het kaartje zie je de complete stelling rond Naarden, met de werken en voorschansen die in blauw zijn weergegeven. In etappe één en twee zijn we al meerdere voorschansen tegengekomen, maar die zijn meestal sterk aangetast of zelfs geheel verdwenen door afgravingen, zoals op de Tafelberger- en Blaricummerheide. Voorschans 1 is bijzonder, omdat deze nog vrijwel geheel intact is. Op de AHN-kaart zijn zelfs vaag de loopgraven binnen de schans te herkennen. Er ligt nog een stuk infanteriewal met voorliggende gracht rtichting Voorschans 2, die helemaal verdwenen is.
Dat betekent overigens niet dat je in het veld veel ziet: de wallen rond de schans zijn relatief laag en vallen niet direct op. Meer details over de verdedigingslinies rond Naarden vind je hier.
We lopen nu de schans uit en komen in een bosje. Al snel bereiken we de flats van Bussum-Zuid. Na een paar straten nemen we een achterpaadje en lopen langs een heuveltje bij een uitgegraven vijver. Dit is de plek waar Werk III heeft gelegen. Vervolgens beklimmen we het talud van de brug over het spoor en komen we aan bij ons eindpunt: station Bussum Zuid.
We komen hier bij het eindpunt van deze interessante HUG wandeling.





