top of page

Landschapelementen

Landschapselementen zijn alle natuurlijke en door de mens gemaakte onderdelen die je in het landschap kunt waarnemen.

Voorbeelden van landschapselementen

Natuurlijke landschapselementen:

  • Heuvels, stuwwallen, bergtoppen

  • Smeltwaterdalen, zandverstuivingen en duinen

  • Bodem/grondsoorten, zoals zand, grind, klei en veen

  • Bossen en heide

  • Rivieren, beken, meren

Menselijke (cultuurlijke) landschapselementen:

  • Kunstmatige bergen

  • Grafheuvels en raatakkers

  • Af- en ingravingen en kuilen

  • Dijken en kanalen

  • Wegen en paden

  • Akkers, weilanden, houtwallen

  • Boerderijen, dorpen en steden

  • Militaire- en civiele installaties

De vrijwel alle van deze elementen zullen ergens op onze HUG-wandelingen tegenkomen. Daarom volgt hier een uitgebreide beschrijving. We beginnen van zelfsprekend met de bergen.

Wat is een berg

INLEIDING BERGEN

Eerst behandelen we onderwerpen zoals wat is een berg, wat is de hoogte en hoe hebben we bergnamen gevonden.

Volgens Wikipedia is de definitie van een berg:  een landvorm die uit een beperkt gebied bestaat dat duidelijk hoger is dan de omgeving. De flanken van een berg bestaan uit meer of minder steile hellingen en het reliëf op en rondom de berg is groot. Een berg is in het algemeen hoger en steiler dan een heuvel, maar er bestaat geen vaste definitie voor het onderscheid tussen de twee. Soms wordt de definitie aangehouden dat een berg zich meer dan 200 à 300 meter boven zijn omgeving verheft, een kleinere verheffing wordt dan een heuvel genoemd.

Volgens deze definitie zouden alle ‘bergen’ in ons HUG-gebied in feite heuvels zijn en vaak zelfs minder hoog dan een molshoop in het landschap. Er bestaan wel meer criteria voor bergen in onze omgeving, maar ook daarmee schieten we niet veel op, want dan blijven er maar drie bergen over.

Daarom hanteren wij de eerste zin van de definitie: alles wat duidelijk boven de omgeving uitsteekt, wordt  als berg aangeduid. Bovendien vergeet niet dat tal van bergen al sinds eeuwen zo worden genoemd.

Hoogte van de bergen

De absolute hoogte NAP

Het Nieuw Amsterdams Peil (NAP) is het nationale nulpunt ten opzichte waarvan alle hoogten in Nederland worden gemeten. Het werd in de 19e eeuw ingevoerd om één uniform referentieniveau te creëren voor kaarten en hoogtebepalingen. Oorspronkelijk werden plaatsen en hoogten vastgesteld door middel van driehoeksmetingen en optische hoogtemetingen tussen vaste peilmerken in het landschap, maar de nauwkeurigheid was beperkt. Dit artikel geeft meer informatie.

Tegenwoordig worden hoogten gemeten met LiDAR-laserscans vanuit vliegtuigen. Deze techniek levert een 3D-hoogtemodel op waarin ook kleine details zichtbaar zijn. De nauwkeurigheid bedraagt doorgaans ±5–10 cm. Alle gegevens zijn opgeslagen in het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN). Hieruit zijn gedetailleerde AHN-hoogtekaarten afgeleid, die vrij beschikbaar zijn op internet. Op deze kaarten kun je subtiele reliëfverschillen zien, zoals greppels, wallen, schansen, grafheuvels, raatakkers en karrensporen, die vaak in het veld helemaal niet opvallen. Het zijn de meest gedetailleerde digitale hoogtekaarten van Nederland en ze sluiten direct aan op het NAP.  Zo kun je voor ieder punt in Nederland eenvoudig de werkelijke hoogte achterhalen.

AHN-hoogtekaarten in kleur en hillshade

De AHN-kaarten kunnen in kleur of in zwart-wit (hillshade) worden weergeven waarbij de laatste soms meer details laat zien, terwijl de versie in kleur beter de absolute hoogte weergeeft. Later geef ik je nog een uitgebreide inleiding hoe de AHN kaarten kunt gebruiken.

Omdat oudere meettechnieken minder nauwkeurig waren, kunnen er verschillen zijn tussen de hoogten die op oudere topografische kaarten staan en de waarden die we nu meten. Een goed voorbeeld is de Elsterberg: op historische kaarten varieerde de hoogte van 66 tot 62,5 meter, maar de AHN komt het hoogste punt uit op 64,45 meter, afgerond 64 meter. Het is misschien geen wereld van verschil, maar voor onze website die zich richt op hoogtepunten gebruik ik graag de beste data die beschikbaar zijn en dat is dus de AHN.

Berg hoogte
Relatieve hoogte en de helling

Naast de absolute hoogte van een punt is ook de relatieve hoogte ten opzichte van de directe omgeving van belang. Die relatieve hoogte blijft echter enigszins arbitrair, omdat je eerst moet vaststellen welk punt in de omgeving als referentie dient. Voor onze wandelingen is dat vrij eenvoudig: wij volgen immers een vaste route en gebruiken daarbij het vorige lagere punt vóór een top als referentiepunt.

Een voorbeeld is de Antjesberg bij Amerongen in etappe 10.
De top ligt op 61 meter boven NAP en steekt 29 meter uit boven het dalletje dat je vlak ervoor passeert.

De hoogte en stijging bij Antjesberg Amerongen, etappe 10

Deze relatieve hoogte is vooral relevant, omdat dit de hoogte is die je daadwerkelijk moet beklimmen of afdelen.

Hellingspercentage

Stijgen                  Dalen

helling.jpg

Helling

Voor ons wandelaars is vooral de helling van belang: hoeveel we omhoog of omlaag lopen per afgelegde afstand.  Het maakt nogal wat uit of je 30 meter stijgt of daalt in 250 meter of 750 meter. De maat hiervoor is het hellingspercentage; het aantal gestegen (of gedaalde) hoogtemeters per afgelegde horizontale meter. Op het plaatje van de Antjesberg hierboven stijgen we 29 meter in 330 meter en dat geeft een hellingspercentage van 29/300= 9%. Hoe hoger dit percentage, hoe steiler de helling. Ter vergelijking - in de terminologie van het wielrennen-  kun je bij het wandelen ongeveer uitgaan van:

·       1–3%  : nauwelijks merkbaar

·       3–5%  : vals plat

·       5–12%: voel je echt in de benen

·       >12%  : een kuitenbijter

Hierbij enkele extremen van onze HUG-wandelingen:

·       Hoogste absolute hoogte: Amerongsberg : 70 meter boven NAP. (etappe 11)

·       Grootste relatieve hoogte: Grebbeberg: 40 meter stijging van de trambaan tot boven op de berg bij de Koningstafel. (etappe 12A)

·       Hoogste stijgingspercentage: trap van de Maarnse Zanderij  : 69% met een hoogteverschil van 26 meter over            18 meter! (etappe 9)

·       Kleinste relatieve hoogte voor een berg: vermoedelijk de Vuurscheberg, waar je al overheen bent                      voor je het merkt. (etappe 5)

.        Laagste absolute hoogte voor een berg: Kavelberg Muiderberg : 8 meter boven ANP (etappe 15)

Op topografische kaarten staan hoogtelijnen: lijnen die punten met een gelijke hoogte verbinden. Wanneer deze lijnen dicht bij elkaar liggen, betekent dit dat er sprake is van een steile helling. Op vlak terrein liggen de hoogtelijnen juist ver uit elkaar.

Hoogtelijnen op topografische kaart en hoogteprofiel

TopoT 1965 Hoogtelijnen staan dicht bij elkaar               AHN kaart van doorsnede                                      hoogteprofiel van de doorsnede

Dit is goed te zien op deze afbeelding van de Darthuizerpoort (het Gat in de Berg) bij Leersum. De Darthuizerberg ligt op 48 meter hoogte en de Donderberg 36 meter, terwijl de “bodem” zich op 8 meter boven NAP bevindt. Op beide bergen liggen de hoogtelijnen dicht bij elkaar, wat wijst op steile hellingen, terwijl het gebied ertussen vrijwel vlak is. We gaan deze hellingproef in etappe 9 meemaken.

Namen van bergen

 
Bergnamen uit historische bron

Al eeuwenlang geven mensen opvallende natuurlijke landvormen - bergen, dalen, rivieren en beken - een naam om ze te kunnen aanduiden. Bergnamen verwijzen vaak naar hun ligging (Amerongseberg, Soesterhoogt), de vroegere eigenaar (Tompenberg, Hengstenberg), het gebruik (Grindberg, Galgenberg) of het uiterlijk (Zwarteberg, De Stompert). Andere bergen hebben een fantasienaam, zoals Leeuwenberg of Paasheuvel terwijl weer anderen een volledige eigennaam hebben zonder een toevoeging zoals de Botterstop. Vond men een bergje echt heel klein, dan kreeg het soms een verkleinwoord. Voorbeelden zijn het Eemnesserbergje (Baarn) en het Engherbergje (Soest)

Berg met historische naam 

berg namen.jpg

Namen Werandabergen in het verleden

Voor de namen van de bergen maak ik gebruik van betrouwbare historische bronnen. Veel namen bestaan al eeuwen, maar op oude kaarten is soms te zien dat namen in de loop van de tijd kunnen veranderden. Een voorbeeld is de kaart van het Gooi uit 1843 van de Warandebergen bij Huizen, die toen al drie andere namen hebben gehad, namelijk de Coppenberg en Ooms- of Rijsbergen. Hoe ik aan die namen ben gekomen zie je later.

Fictieve namen

Berg met een fictieve naam 

Fictive names.jpg

Fictieve namen voor Kooltjesrug, Bussumerhoogt en Bikberg. Etappe 2

Wanneer ik voor een berg geen bestaande naam kan vinden, bedenk ik een fictieve naam, die dan cursief wordt weergegeven. Waar mogelijk baseer ik deze naam op lokale bronnen of historische aanwijzingen. Weet jij een betere of meer authentiekere naam voor zo’n onbekende berg? Laat het me gerust weten. Ik pas het graag aan.

Generieke namen zijn voor bergen in Nederland

In Utrecht wordt een berg vaak een hug of huch(ie) genoemd, maar ook termen als heuvel, hoog(t), kop, top, piek, terras, plateau, heul en duin komen voor. Elders hoor je weer donk, tange, kouter, punt of gewoon bult. Welke namen worden in jouw omgeving gebruikt? Ik hoor het graag!

Bergnamen

Gebruikte bronnen van de gegevens voor de website

Voor het opsporen van de gegevens voor de HUG-website zijn verschillende bronnen gebruikt. Hieronder volgen de belangrijkste.

 Oude en nieuwe topografische kaarten.

Topo kaarten.jpg

Voorbeeld topografische kaarten

De voorloper van de huidige topografische kaart is de  TMK (Topografisch-Militaire Kaart). Deze ontstond in de 19e eeuw toen het leger Nederland systematisch in kaart begon te brengen, waarbij met eenvoudige meetinstrumenten voor het eerst betrouwbare kaarten van het terrein en de hoogteverschillen werden gemaakt.

De website TopoTijdreis geeft een prachtig overzicht van topografische kaarten vanaf circa 1850 tot heden. Op deze kaarten zijn talloze bergen met naam, ligging en hoogte terug te vinden. Deze benamingen heb ik als uitgangspunt genomen, tenzij ze aantoonbaar onjuist bleken te zijn, zoals bijvoorbeeld de Donderberg bij Leersum. Zie de kaart hierboven. Voor de hoogte van de bergen gebruik ik, zoals eerder vermeld, het AHN.

Oorkondes en akten

Oorkondes en aktes werden al sinds mensenheugenis gebruikt om eigendomsverhoudingen, grenzen en (grond)transacties vast te leggen. Denk aan akten van overdracht bij de verkoop of schenking van kavels. Een voorbeeld is de akte van overdracht uit 1428 (28 februari) van een hofstede en een stuk land op de Berg te Rhenen.

oorkonde.jpg

Oorkonde Banscheiding 1428                                                                      

Sommige oorkonden zijn opvallend gedetailleerd. Een mooi voorbeeld is de Banscheiding tussen Laren en Hilversum uit 1428, waarin de nieuwe grens tussen beide plaatsen met behulp van bergen nauwkeurig wordt beschreven.

Dat ik, bij beveele mijns liefs genadighste heere hertoge Johan van Beyeren, een banscheydinge gedaen en gedragt hebbe met het kerspel en gerecht van Hilversum en van de gerechte van Larekerspel na uytwijsinge der bezegelde handvesten, die zij daer aff hebben, ingaende van die husinge die nu in die vuers betymmert staan - voirt op baerbergen gelegen tusschen larekerk ende hilfersom - dairoff voirt op aertgesberch. gelegen op lange hulle - dairoff voirt op wegelsberch gelegen tusschen nairden en hilfersommer sant , daer af voort op Cruysbergen ende daer aan den Gesticht. In kennisse der waerheyd, zoo hebbe ik Splinter voors., bailliu, mijn zegel hier aan gehngen in 't jaar ons Heeren duysent vierhondert seuen en twintigh, twee dagen in Januario.

Ik vertaal het hierbij de belangrijke passage:

…….beginnende bij de huizen, die op de Vuursche (berg) staan, naar de Baerberg(en), die tussen St Janskerkhof en Hilversum ligt, naar de Aartjesberg op de Lange Heul, naar de Wegelsberg, die ligt tussen Naarden en het Hilversumse zand, vanaf daar naar de Cruysberg…….

Voor de mensen in 1428 was dit ongetwijfeld een glasheldere beschrijving van het exacte grensverloop. Tegenwoordig zijn echter het Sint-Janskerkhof, de Aartjesberg en de Lange Heul met zekerheid te identificeren.  De ligging van de Cruysberg, Baerbergen en Wegelsberg blijft deels giswerk. Maar één ding is dankzij de oorkonde wel duidelijk: de namen van deze bergen zijn nu bekend.

(Streek)Archieven en collecties

In archieven zijn vaak kaarten en afbeeldingen te vinden die waardevolle informatie bieden over bergen en hun historische naamgeving. Hieronder een overzicht van relevante archieftypen:

·       Nationaal Archief
Het Nationaal Archief is het centrale archief van Nederland, waarin officiële documenten, kaarten, foto’s en historische bronnen van de rijksoverheid worden bewaard. De collectie is omvangrijk, maar niet altijd even toegankelijk. Veel kaarten en akten zijn (nog) niet gedigitaliseerd.

·       Provinciale en regionale archieven
Deze instellingen, zoals het Utrechts Archief bewaren historische documenten, kaarten, foto’s en administratieve bronnen van provincies, gemeenten en regionale organisaties. Ze beschikken vaak ook over gemeentelijke dossiers, zoals vergunningen en bouwtekeningen en herbergen doorgaans de archieven van voormalige waterschappen en andere.  semioverheidsinstellingen. Veel documenten zijn uitsluitend ter plaatse te raadplegen.

·       Particuliere archieven
Dit zijn archieven van particuliere herkomst, zoals archieven van families, landgoederen, verenigingen, bedrijven of stichtingen. Ze kunnen unieke kaarten, foto’s en documenten bevatten over heidegebieden, bossen, stuwwallen, landgebruik, ontginningen en zandwinning. Een bijzonder voorbeeld is het Koninklijk Huisarchief, dat onder andere interessante historische kaarten van Baarn en Soest bevat.

.       Collecties van universiteiten en musea
Vele musea en universiteiten hebben kaarten en afbeeldingen in hun collecties die voor ons project interessant zijn. Veel heb ik gehad aan materiaal van het Rijksmuseum en van Wageningen University & Research.

Beeldbank Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) en HisGIS

Beeldban Kadastrale kaart 1830.jpg

De Beeldbank van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) bevat circa één miljoen beelden, waaronder foto’s, tekeningen, kaarten en archeologisch materiaal. Een belangrijk onderdeel vormt de uitgebreide collectie historische kadastrale kaarten, waaronder minuutplannen en detailkaarten uit de periode 1811–1832. HisGIS (Historisch Geografisch Informatie Systeem) is een digitale kaartomgeving waarin de kadastrale kaarten van 1832 o.a. voor de provincie Utrecht zijn omgezet naar een moderne interactieve kaart. Je kunt er percelen, eigenaren, gebouwen, functies en oude grenzen bekijken zoals ze rond 1832 bestonden.

Voorbeelden afbeeldingen uit RCE en HisGIS 

Koninklijke Bibliotheek,  Delpher en Google books en oude toeristische boeken

Voorbeelden afbeeldingen uit Googlebooks en ANWB

Bibliotheek.jpg

De Koninklijke Bibliotheek (KB) is de nationale bibliotheek van Nederland, gevestigd in Den Haag. Zij bewaart en digitaliseert alles wat in Nederland wordt gepubliceerd. Delpher is een online platform van de KB waarop gezocht kan worden in miljoenen gedigitaliseerde historische Nederlandse kranten, boeken, tijdschriften en radio-uitzendingen. Veel krantenartikelen en recente boeken vallen echter nog onder het auteursrecht. Daarom mogen teksten niet zomaar worden gekopieerd en op een website geplaatst, maar de inhoud kan wel geraadpleegd en gebruikt worden.

 

Google Books is een online-bibliotheek van miljoenen boeken uit de hele wereld. Veel oudere werken zijn vrij van auteursrecht en volledig gratis te lezen of te downloaden.

Historische Verenigingen

Voorbeelden afbeeldingen van historische verenigingen

Elke zichzelf respecterende gemeente heeft tegenwoordig een historische vereniging of -kring. Deze organisaties houden zich bezig met het bestuderen, delen en behouden van de geschiedenis van een bepaalde plaats of streek. Vaak beschikken zij over een uitgebreid beeldarchief en soms ook over een kaartenarchief. Bijzonder interessant zijn de zogeheten veldnamenkaarten, waarop oude en huidige namen van stukken land, weilanden, akkers, bossen, waterlopen enzovoort staan vermeld. Zij hebben ook (bijna) allemaal een tijdschrift met verhalen en afbeeldingen over lokale onderwerpen. Deze tijdschriften bevatten soms artikelen die als waardevolle bron dienen voor mijn HUG project.

 

Bij de voorbereiding van de etappes heb ik met de meeste historische verenigingen contact gehad. Zij hebben enorm geholpen bij het vinden van afbeeldingen, namen en kaarten die op de website worden gebruikt. De namen van deze verenigingen zijn opgenomen in het hoofdstuk Verantwoording, evenals die van de personen aan wie ik veel dank verschuldigd ben.

Het grote probleem is echter: hoe vind je al deze gegevens? Online is inmiddels veel beschikbaar, maar lang niet alles is gedigitaliseerd. Vooral het zoeken in het Nationaal Archief is lastig en niet erg gebruikersvriendelijk—om over particuliere archieven nog maar te zwijgen. Er persoonlijk naartoe gaan zou leuk zijn, maar als pensionado heb ik daar simpelweg geen tijd voor :)
Het blijft dus vaak een kwestie van wat ik op internet kan vinden en van toevalstreffers waar ik tegen aan loop.

Berg categorien

Typen bergen en hun kaartsymbolen

We gaan nu de verschillende bergtypen beschrijven die we tijdens onze wandelingen zullen tegenkomen. Dit is geen officiële berg-classificatie, maar een indeling die ik zelf heb ontworpen om meer overzicht te brengen in de verschillende verschijningsvormen. Voor de bergtypen heb ik bovendien eigen symbolen ontwikkeld, die ik gebruik op de HUG-kaarten van de wandelingen. Later zul je zien dat ik nog veel meer kaartsymbolen hanteer, die hier eveneens aan bod komen. Voor een volledig overzicht van alle symbolen kun je hier klikken.

In eerste instantie maak ik onderscheid tussen twee hoofdcategorieën: enerzijds de vraag of een berg voor ons wandelaars toegankelijk is of niet, en anderzijds de oorsprong van de berg, die natuurlijk of kunstmatig kan zijn

Symbool Natuurlijk Kunstmatig.jpg

De eerste indeling betreft de toegankelijkheid van een berg of heuvel

Toegankelijke bergen

Toegankelijke berg

Gelukkig liggen de meeste heuvels en hoogten op terreinen waar we toestemming hebben om te wandelen. Onze routes kunnen daardoor over deze toppen lopen. Dat vormt immers de essentie van dit project: het bewandelen van de hoogtepunten van de Utrechtse Heuvelrug. Ze zijn voor ons toegankelijk en worden op de kaart aangeduid met een symbool waarbij de punt omhoog wijst.

Niet toegankelijke bergen

Niet toegankelijke berg

Sommige bergen zijn niet toegankelijk voor wandelaars en daar kunnen verschillende redenen voor zijn. Op de HUG-kaarten worden deze bergen aangeduid met een symbool waarvan de punt naar beneden wijst. 

 

Het betreft de volgende situaties:

NT Militair.jpg

De bergtop ligt niet aan een pad of op anderszins verboden gebied

De berg ligt op particulier terrein of tuin.

 

De berg ligt op een militair terrein

Op deze kaartjes kun je enkele voorbeelden zien van niet toegankelijke bergen, die we gaan tegen komen 

Toegankelijk.jpg

Leersum etappe 9                                                                            Leusderheide etappe 7                                 Laren etappe 2

Het spreekt vanzelf dat wij zonder toestemming niet van de paden afwijken, geen bossen betreden en geen particulier terrein opgaan. Ook stellen eigenaren het doorgaans niet op prijs wanneer zij worden benaderd met het verzoek om een hugje in hun tuin van dichtbij te mogen bekijken.
Eveneens is het vanzelfsprekend dat militair terrein niet wordt betreden, hoe jammer dat vanuit wandelperspectief soms ook is. Hierdoor kunnen naar schatting tien tot vijftien toppen, met name op De Vlasakkers en de Leusderheide, niet in de route worden opgenomen. Hetzelfde geldt voor het afgesloten terrein van Vitens, onze waterleverancier, op de Steenberg bij Laren. 

Het goede nieuws is echter dat het merendeel van de toppen wél vrij toegankelijk is. Daardoor blijven er ruimschoots voldoende mogelijkheden over om de hoogtepunten van de Utrechtse Heuvelrug te verkennen.

De tweede indeling betreft de oorsprong van een berg of heuvel; is deze natuurlijk of kunstmatig?

Natuurlijke bergen

Natuurlijke berg

Het behoeft waarschijnlijk geen uitgebreide toelichting – maar voor de volledigheid toch een korte uitleg. Natuurlijke bergen zijn ontstaan door geologische processen. Dit kan bijvoorbeeld het gevolg zijn van de werking van gletsjers tijdens de ijstijd, die de stuwwallen vormden of van stuifzand dat zich tot duinen heeft opgehoopt. Het symbool is geel.

Kunstmatige bergen

Kunstmatige berg

Kunstmatige bergen daarentegen zijn, zoals de naam al aangeeft, door mensen aangelegd en variëren van grafheuvels tot afvalbergen. Op de kaart worden zij weergegeven met een blauw symbool. Zoals zo vaak bestaat er ook hier een tussenvorm: een oorspronkelijk natuurlijke verhoging die door menselijk ingrijpen verder is opgehoogd. Een bekend voorbeeld hiervan zijn de tafelbergen in het Gooi.

We behandelen nu eerst de verschillende typen natuurlijke bergen 

Natuurlijke berg met een duidelijke top

Toegankelijke top

Niet toegankelijke top

toppen.jpg

Als een berg een duidelijke en toegankelijke top heeft, leiden onze routes daar vanzelfsprekend overheen. Soms is het niet precies duidelijk waar het hoogste punt ligt, maar dan bieden de AHN-kaarten uitkomst. De foto’s hierboven tonen het hoogste punt van de Utrechtse Heuvelrug: de Amerongseberg en twee andere markante hoogtepunten: de Soester Hoogt en de Donderberg, met daarop de Tombe van Nellesteijn

Vlakke berg, plateau of hoogt

Vlakke berg

Plateau of hoogt

Vlakkeberg.jpg

Foto's HUG 2023, 2025

Zoals eerder beschreven bij het ontstaan van de Heuvelrug, zijn veel bergen in de loop van de tijd afgevlakt. Wanneer dit proces zich over een groter gebied uitstrekt, spreken we van een terras of plateau: een relatief hooggelegen landschap met een gelijkmatig karakter. Meerdere van deze plateaus in het Gooi hebben een naam met hoogt. Tijdens een wandeling over een plateau voelt het vaak alsof je door een plat stuk bos- of heidegebied loopt. Meestal is er echter wel een hoogste punt aan te wijzen, en dat nemen we dan ook op in onze route.

Flanktop

Flanktop

Flankroute.jpg

AHN hoogtekaart met toproute en flankroute en hoogteprofiel (HUG)

Als een wandeling niet over de top van een berg gaat maar langs de zijkant — de flank — vormt de flanktop het hoogste punt van een dergelijke route. Tijdens het lopen ervaar je wel degelijk een ‘top’, die ook zichtbaar is als een verhoging in het hoogteprofiel, maar deze ligt altijd lager dan de werkelijke bergtop. Op het kaartje zie je het verschil: de route over de top van de Amerongseberg (in rood) bereikt een hoogte van ongeveer 70 meter, terwijl de route over de flank (in blauw) maximaal 61 meter haalt.

bottom of page