top of page
Hoogte van de bergen
De absolute hoogte NAP

Het Nieuw Amsterdams Peil (NAP) is het nationale nulpunt ten opzichte waarvan alle hoogten in Nederland worden gemeten. Het werd in de 19e eeuw ingevoerd om één uniform referentieniveau te creëren voor kaarten en hoogtebepalingen. Oorspronkelijk werden plaatsen en hoogten vastgesteld door middel van driehoeksmetingen en optische hoogtemetingen tussen vaste peilmerken in het landschap, maar de nauwkeurigheid was beperkt. Dit artikel geeft meer informatie.

Tegenwoordig worden hoogtes gemeten met LiDAR-laserscans vanuit vliegtuigen. Deze techniek levert een 3D-hoogtemodel op waarin ook kleine details zichtbaar zijn. De nauwkeurigheid bedraagt doorgaans ±5–10 cm. Alle gegevens zijn opgeslagen in het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN). Hieruit zijn gedetailleerde AHN-hoogtekaarten afgeleid, die vrij beschikbaar zijn op internet. Op deze kaarten kun je subtiele reliëfverschillen zien, zoals greppels, wallen, schansen, grafheuvels, raatakkers en karrensporen, die vaak in het veld helemaal niet opvallen. Het zijn de meest gedetailleerde digitale hoogtekaarten van Nederland en ze sluiten direct aan op het NAP.  Zo kun je voor ieder punt in Nederland eenvoudig de werkelijke hoogte achterhalen.

AHN-hoogtekaarten in kleur en hillshade

De AHN-kaarten kunnen in kleur of in zwart-wit (hillshade) worden weergeven waarbij de laatste soms meer details laat zien, terwijl de versie in kleur beter de absolute hoogte weergeeft. Later geef ik je nog een uitgebreide inleiding hoe de AHN kaarten kunt gebruiken.

Omdat oudere meettechnieken minder nauwkeurig waren, kunnen er verschillen zijn tussen de hoogten die op oudere topografische kaarten staan en de waarden die we nu meten. Een goed voorbeeld is de Elsterberg: op historische kaarten varieerde de hoogte van 66 tot 62,5 meter, maar de AHN komt het hoogste punt uit op 64,45 meter, afgerond 64 meter. Het is misschien geen wereld van verschil, maar voor onze website die zich richt op hoogtepunten gebruik ik graag de beste data die beschikbaar zijn en dat is dus de AHN.

Relatieve hoogte en de helling

Naast de absolute hoogte van een punt is ook de relatieve hoogte ten opzichte van de directe omgeving van belang. Die relatieve hoogte blijft echter enigszins arbitrair, omdat je eerst moet vaststellen welk punt in de omgeving als referentie dient. Voor onze wandelingen is dat vrij eenvoudig: wij volgen immers een vaste route en gebruiken daarbij het vorige lagere punt vóór een top als referentiepunt.

Een voorbeeld is de Antjesberg bij Amerongen in etappe 10.
De top ligt op 61 meter boven NAP en steekt 29 meter uit boven het dalletje dat je vlak ervoor passeert.

De hoogte en stijging bij Antjesberg Amerongen, etappe 10

Deze relatieve hoogte is vooral relevant, omdat dit de hoogte is die je daadwerkelijk moet beklimmen of afdelen.

Hellingspercentage

Stijgen                  Dalen

helling.jpg

Helling

Voor ons wandelaars is daarbij vooral de helling van belang: hoeveel we omhoog of omlaag lopen per afgelegde afstand.  Het maakt nogal wat uit of je 30 meter stijgt of daalt in 250 meter of 750 meter. De maat hiervoor is het hellingspercentage; het aantal gestegen (of gedaalde) hoogtemeters per afgelegde horizontale meter. Op het plaatje van de Antjesberg hierboven stijgen we 29 meter in 330 meter en dat geeft een hellingspercentage van 29/300= 9%. Hoe hoger dit percentage, hoe steiler de helling. Ter vergelijking - in de terminologie van het wielrennen-  kun je bij het wandelen ongeveer uitgaan van:

·       1–3%  : nauwelijks merkbaar

·       3–5%  : vals plat

·       5–12%: voel je echt in de benen

·       >12%  : een kuitenbijter

Hierbij enkele extremen van onze HUG-wandelingen:

·       Hoogste absolute hoogte: Amerongsberg : 70 meter boven NAP. (etappe 11)

·       Grootste relatieve hoogte: Grebbeberg: 40 meter stijging van de trambaan tot boven op de berg bij de Koningstafel. (etappe 12A)

·       Hoogste stijgingspercentage: trap van de Maarnse Zanderij  : 69% met een hoogteverschil van 26 meter over            18 meter! (etappe 9)

·       Kleinste relatieve hoogte voor een berg: vermoedelijk de Vuurscheberg, waar je al overheen bent                      voor je het merkt. (etappe 5)

.        Laagste absolute hoogte voor een berg: Kavelberg Muiderberg : 8 meter boven ANP (etappe 15)

Op topografische kaarten staan hoogtelijnen: lijnen die punten met een gelijke hoogte verbinden. Wanneer deze lijnen dicht bij elkaar liggen, betekent dit dat er sprake is van een steile helling. Op vlak terrein liggen de hoogtelijnen juist ver uit elkaar.

TopoT 1965 Hoogtelijnen staan dicht bij elkaar               AHN kaart van doorsnede                                      hoogteprofiel van de doorsnede

Dit is goed te zien op deze afbeelding van de Darthuizerpoort (het Gat in de Berg) bij Leersum. De Darthuizerberg ligt op 48 meter hoogte en de Donderberg 36 meter, terwijl de “bodem” zich op 8 meter boven NAP bevindt. Op beide bergen liggen de hoogtelijnen dicht bij elkaar, wat wijst op steile hellingen, terwijl het gebied ertussen vrijwel vlak is. We gaan deze hellingproef in etappe 9 meemaken.

bottom of page